  
Indonesië

Reisverslag: 20 april - 16 mei 2009
Voor Indonesië waren wij in Hong
Kong.
Maandag 20 april 2009: Hong Kong – Jakarta
(Indonesië)

Probleemloos en op tijd landen we op de luchthaven van
Jakarta, waar de tijd weer een uur teruggezet moet
worden t.o.v. Hong Kong. We kopen kaartjes voor de stadsbus en eten wat
terwijl
we op de bus
wachten. Treinstation Gambir is het eindstation van deze lijn en daar
stappen wij ook uit. Niet ver hiervandaan zitten diverse hotels en ook
het centrum van Jakarta, hoewel Jakarta geen echt uitgesproken centrum
kent. We wandelen in zuidelijke richting en vinden na enig zoeken
bezweet Gondia International Guest House.
Het stelt niet al te veel
voor, maar het is schoon en ligt redelijk centraal. We kijken het een
nachtje aan en kunnen morgen altijd nog verkassen indien nodig.
Het valt in Jakarta gelijk al op dat Indonesië deels een
Nederlands verleden heeft. Aardig wat woorden zijn letterlijk
overgenomen uit het Nederlands. Helaas is het merendeel van de
Indonesische woorden abracadabra voor ons, dus meer dan de Nederlandse
woorden begrijpen wij niet. We vinden een fotozaakje waar men voor ons
wel twee dvd’s kan branden. Dat gaat wel enkele keren mis en het duurt
erg lang, maar uiteindelijk lukt het. Die kunnen weer op de post als
back-up. Op de meeste plekken in Azië kun je voor ongeveer een
Amerikaanse Dollar per kilo je vuile was goed laten wassen en drogen.
De
wasserettes hier werken op stuksbasis en dat is rampzalig duur. Een
halve Euro voor een zakdoek, een Euro voor een t-shirt en ga zo maar
door. Een paar kilo laten wassen en drogen kost op die manier zomaar 20
tot 30 Euro, een belachelijk bedrag. We besluiten de boel zelf maar te
wassen in onze badkamer, zoals we dat al zo vaak gedaan hebben in met
name Zuid-Amerika. Bij Chili’s Grill & Bar eten
we wat voordat
we lichtelijk verreisd ons bed gaan opzoeken.
Dinsdag 21 april 2009: Jakarta

Er zit een ontbijtje van nasi met een gebakken eitje bij
de kamer inbegrepen, dus dat eten we eerst maar eens op. We wandelen
via een straat waar ze aan “bekleding” doen (handig toch die
Nederlandse invloeden) richting treinstation Gambir en kopen daar
kaartjes (190.000 Rupiah p.p.) voor de Eksekutif naar Yogyakarta.
Wandelen door Jakarta is geen pretje. De stoepen worden rampzalig
slecht onderhouden en worden vooral bereden door brommerrijders die de
file die de hele dag door op de gewone weg staat proberen te omzeilen.
Ook op de stoep moet je dus voortdurend op je hoede blijven. Op diverse
stoepen heeft men allerlei obstakels uitgestald om te voorkomen dat er
brommers gaan rijden. De brommerrijders weten hier echter vaak toch nog
tussendoor te slalommen. Oversteken is hier echt een drama. Zebrapaden
en verkeerslichten zijn er maar mondjesmaat. Op de meeste andere
plekken moet je maar naar de overkant als het verkeer even wat minder
is. Het probleem is echter dat het verkeer in Jakarta tussen pakweg
zeven uur ’s ochtends en zeven uur ’s avonds door dendert. Er zijn
bitter weinig momenten waarop er geen auto, bus of brommer aan komt
scheuren. In Vietnam was dat ook het geval, maar daar bestaat het
verkeer voor 90% uit brommertjes die als jij oversteekt behendig om je
heem gaan. In Jakarta zijn het veel meer auto’s en die gaan gewoon over
je heen als je niet oppast. Er schijnt een schitterend metronet en een
monorail te komen en wat ons betreft liever vandaag dan morgen. Jakarta
heeft het keihard nodig.
In hartje Jakarta staat het Monumen Nasional. Na 350
koloniaal verleden, riep Indonesië op 17 augustus 1945 de
onafhankelijkheid uit. Om het patriotisme wat meer aan te wakkeren,
werd in 1959 door president Soekarno besloten dat er een nationaal
monument moest komen. Er werd een prominente architect gevonden en in
1961 begon men aan de constructie. Vanaf 18 maart 1972 is het monument
geopend voor publiek. Het is een niet te missen obelisk, vol symboliek.
Zo is het platform waar het geheel op rust 17 meter hoog en 45 meter
bij 45 meter breed. De hal met daarin het History Museum is 8 meter
hoog en daarmee is de 17-8-’45 helemaal gedekt. In het historisch
museum bekijken we de slecht verlichte diorama’s die de historie van
Indonesië (eenzijdig uiteraard) weergeven. Hier beginnen we opeens een
sterrenstatus te krijgen. Diverse mensen willen met ons op de foto of
anders toch minimaal een praatje maken van enkele woorden of zinnen. De
eerste keer begrijpt Rob het nog niet helemaal als een jongen “picture
please” tegen hem zegt. Rob denkt dat hij met hun fototoestel een foto
van hen moet maken, maar nee, hij moet zelf met hen op de foto! Vooral
schoolmeisjes weten niet waar ze het zoeken moeten als ze heel gedurfd
“Hello, how are you?” hebben geroepen en Rob “Hello” terug zegt en
vriendelijk lacht. Het zijn soms ook leuke gesprekjes. Vraag: “How long
have you been in Indonesia?”. Antwoord: “We arrived yesterday, late in
the afternoon”. En dan direct de volgende vraag: “What part of
Indonesia did you like most?”... Leuk om je even een popster te voelen,
maar een dag lijkt ons meer dan genoeg. Met een lift kun je naar 115
meter hoogte. Daar zit een platform waar vanaf je een uitstekend
uitzicht over de stad hebt. We hebben geluk, want het is (nog) aardig
weer en we kunnen een eind kijken richting alle windstreken.
Op het postkantoor schaffen we de benodigde postzegels
aan voor onze enveloppe met twee dvd’s die we naar Nederland willen
sturen. Wat schetst onze verbazing? Er treedt een band op, op het
postkantoor op dinsdag einde van de ochtend?! Onze volgende bestemming
is het oude centrum van Jakarta. Dit gedeelte van Jakarta (Kota) wat
het centrum was in de tijd dat wij Hollanders nog de baas waren. We
nemen een taxi en belanden op de Taman Fatahillah, een centraal plein
met daaromheen diverse fraaie gebouwen. Het oude gouverneursgebouw doet
tegenwoordig dienst als historisch museum (Museum Sejarah Jakarta,
toegang 15 Eurocent) en daar nemen we een kijkje, maar niet voordat Rob
geïnterviewd is door een giechelende jongedame. Ze heeft een opdracht
vanuit Engelse les en moet lastige vragen stellen (lees: voorlezen
vanaf papier) zoals “Where are you from?” en “Do you like Indonesia?”.
Rob wordt ook geflimd terwijl hij gewillig de vragen beantwoordt. Het
museum is best aardig en wat vooral handig is, is dat we veel dingen
gewoon kunnen lezen omdat het uit de tijd stamt dat alle belangrijke
documenten in het Nederlands werden opgesteld.
Aan de overzijde van het plein zit Café Batavia, ook al
in zo’n fraai gerestaureerd pand. Hier gebruiken we de lunch terwijl de
portretten van oude Nederlandse bewindslieden ons aankijken.
Kolonisatie door geciviliseerde landen heeft zo zijn voordelen: je
houdt er mooie gebouwen aan over! We pakken weer de taxi terug en
willen ons laten afzetten bij een winkelcentrum niet ver van ons hotel.
Als we daar bijna zijn, zitten we echter midden in een wolkbreuk. Als
we tien meter lopen zijn we al drijfnat, dus we geven de chauffeur de
opdracht direct door te rijden naar ons hotel. Het winkelcentrum
bezoeken we later alsnog voor wat boodschapjes. Bij een straatstalletje
eten we saté die we veel te rauw geserveerd krijgen. Een aantal stokjes
geven we terug voor verdere verhitting, maar eigenlijk hadden we ze
allemaal terug moeten geven. We hopen maar dat we geen
voedselvergiftiging of minimaal twaalf keer naar het toilet oplopen.
Morgen of later op de avond weten we meer...
Woensdag 22 april 2009: Jakarta – Yogyakarta

Wonderbaarlijk genoeg hebben we de niet-gare saté
probleemloos overleefd. Misschien zijn onze magen inmiddels al heel wat
gewend en komen we er daarom mee weg. We nemen een taxi naar het
station en om 8.15 uur rijdt de Taksaka 1 voor. Dit is een voor
Indonesische begrippen luxe trein met voor iedereen een zitplaats. In
Nederland zouden we het maximaal klasse 2,5 noemen, maar slecht is het
niet. Net als tijdens onze treinreis in Vietnam passeren we rijstveld
na rijstveld. Later verandert het vlakke landschap met rijstvelden in
een terrasvormig landschap met rijstvelden met op de achtergrond wat
bergen/vulkanen. Erg fraai allemaal.
Om half twaalf hebben we trek en bestellen we wat rijst
en noedels. Als we die net op hebben, komen ze langs met de lunch die
blijkbaar in de prijs (190.000 Rupiah) van het ticket zit. Die knakkers
zullen dat ook niet even zeggen hè... Gelukkig stelt de lunch niet veel
voor en we pikken alleen de lekkere dingen eruit. Met een klein uurtje
vertraging arriveren laat op de middag op het Tugu-station van
Yogyakarta.
Yogyakarta is met een half miljoen inwoners een stuk
kleiner dan Jakarta. En, nog belangrijker, een stuk
voetgangersvriendelijker! Op de stoepen geen brommers, veel
verkeerslichten waar men zich redelijk aan houdt en beduidend minder
verkeer. Bladok Losmen staat goed aangeschreven en na inspectie van de
kamer nemen we daar onze intrek. We vragen wel even of ze de spaarlamp
van een paar Watt kunnen vervangen door een ander met meer vermogen,
want we kunnen nauwelijks iets zien in de kamer. De rest van de avond
doen we niet zo veel meer. We eten in het restaurant dat bij het hotel
hoort en dat is prima van kwaliteit.
Donderdag 23 april 2009: Yogyakarta


De straat Jalan Malioboro is het episch centrum van
Yogyakarta. Hier vind je talloze eetstalletjes, batik- en andere
kledingwinkels en mensen die je van A naar B willen vervoeren in hun
becak. Elke tien meter vraagt er wel iemand aan je of hij je niet
ergens heen kan brengen. Helaas, wij houden van wandelen dus aan ons
verdienen ze niet zoveel, maar de lokale bevolking maakt er goed
gebruik van. Zij betalen dan ook de lage, lokale prijzen. Als wij
vervoerd willen worden, betalen we nog altijd niet veel voor westerse
begrippen, maar wel beduidend meer dan iemand uit Yogyakarta.
We lopen naar Benteng Vredeburg, een fort dat uiteraard
is neergezet in de tijd dat de Nederlanders hier nog de baas waren. Het
lijkt ons wel aardig om er een kijkje te nemen, maar eerst kopen we wat
postzegels bij het postkantoor daar om de hoek. Er staat nog een oude
postbus voor het fraaie pand (met daarnaast de nog fraaiere Bank
Indonesia), met daarop teksten als “De lichting Nr 3 is geschied”. Bij
een stalletje ontbijten we met een soto ayam, zeg maar een rijkelijk
gevulde kippensoep. Dan is het echt tijd om fort Vredeburg te
verkennen. Het pand is wel aardig en vrij goed gerestaureerd en de tuin
met oude kanonnen ziet er ook goed uit, maar verder is er weinig te
beleven. Er zijn weer diorama’s te zien over de onafhankelijkheidstrijd
van Indonesië, maar die hadden we bij het nationaal monument al gezien.
We zetten onze wandeling voort in de stad en nadat we een tijdje hebben
rondgelopen in het centrum besluiten we naar de Prambanan-tempels te
gaan. Die liggen iets van 17 kilometer ten noordoosten van Yogyakarta.
Met de lokale bus kunnen we er in één keer heen. Gewoon
blijven zitten tot de laatste halte en dan nog een paar minuten lopen
naar de ingang van het tempelcomplex. Er zit een meisje te knoeien
waardoor zij zelf en de armen en voeten van haar moeder onder de
plakkerige chocolade komt. Rob maakt vrienden als hij een plastic zakje
aangeeft waar het druipende afval in kan en een nat doekje om alle
kleverige lichaamsdelen weer schoon te vegen. Kleine moeite, groot
plezier.
Bij de tempels (toegang 11 US Dollar) besluiten we
gebruik te maken van een gids. Wij weten vrij weinig van deze tempels
uit de 9e eeuw en van het Hindu-geloof al niet veel meer. Er staan drie
grote tempels ter ere van drie verschillende goden (Brahma, Shiva en
Vishnu) met daarvoor drie wat kleinere, elk voor een dier dat steeds
weer bij een van die goden hoort. Daaromheen liggen nog wat kleine
tempeltjes en voor de rest ligt er een enorme hoeveelheid stenen die
ooit onderdeel van kleine tempels vormden. Op 27 mei 2006 was er hier
’s ochtends in alle vroegte in de omgeving een aardbeving. Die heeft
behalve enkele duizenden doden ook behoorlijk wat schade aan de tempels
opgeleverd. De meeste tempels staan nu dan ook in de steigers ter
restauratie en daar mag je ook niet in of dichtbij. De tempel van de os
(die voor de tempel van Shiva staat) is inmiddels al gerestaureerd en
daar kunnen we dan ook een kijkje in nemen, de rest kunnen we alleen
van de buitenkant bewonderen.
Als we genoeg gezien en gehoord hebben, nemen we
afscheid van onze gids. We eten een hapje en lopen dan nog even door
naar enkele boeddhistische tempels die ook op het terrein staan. Eerst
komen we langs de kleine tempels Lumbung en Bubrah, voordat we bij de
grote Sewu-tempel komen. Ook hier veel schade van de aardbeving. Het is
de grootste Boeddhistische tempel op Java na de Borobudur. We hadden
wel veel meer bezoekers verwacht deze middag. Van tourbussen vol met
toeristen is echter helemaal geen sprake. Enkele handenvol met
toeristen, waarvan de meesten Aziatisch is alles wat we zien. Wij zijn
daar wel blij mee, want we kunnen vrij ongestoord overal rondlopen en
foto’s maken, maar financieel is het natuurlijk niet goed voor deze
monumenten.
Weer terug in Yogyakarta gaan we op zoek naar een leuk,
lokaal eettentje. Waarschijnlijk zijn we nog wat vroeg, want het is
eigenlijk nergens een beetje druk en gezellig. Uiteindelijk gaan we
voor weinig aan de prima smakende “Spesial Bakmi” voordat we weer
langzaam teruglopen richting ons hotel.
Vrijdag 24 april 2009: Yogyakarta


De Borobudur is dé belangrijkste toeristische attractie
van Java. Ook wij gaan deze boeddhistische tempel met een bezoek
vereren. Nadat we wat rijst met van alles en nog wat hebben gegeten bij
een stalletje aan Jalan Malioboro, pakken we de stadsbus naar de
centrale busterminal aan de zuidkant van Yogyakarta. Daar mogen we voor
20.000 Rupiah p.p. mee met de lokale bus naar het plaatsje Borobudur
dat op 42 kilometer van Yogyakarta ligt. Je kunt ook gewoon een tourtje
boeken voor iets van 70.000 Rupiah p.p. Dan ga je rechtstreeks op en
neer naar de Borobudur vanuit het centrum van Yogyakarta. Dat is
beduidend sneller en nauwelijks duurder dan dat je het zelf regelt met
lokaal vervoer. Het voordeel van lokaal vervoer is dat je tussen de
lokale bevolking komt en dat je er naar toe kunt en weer weg kunt
wanneer het jou uitkomt.
In de stadsbus mag het niet, maar in de bus tussen de
terminal in Yogyakarta en eindbestemming Borobudur mag gewoon gerookt
worden. Sterker nog, de chauffeur en zijn twee helpers geven het
voorbeeld door gedurende de twee uur durende rit de ene na de andere op
te steken. Gelukkig staan alle ramen en deuren de hele tijd open, dus
het is nog wel uit te houden. Zo nu en dan komt er iemand met een
zelfgemaakte gitaar de bus in die een liedje zingt en dan hoopt wat
geld van je te krijgen. De meesten van deze gitaristen zijn echter zo
slecht dat ze wat ons betreft geld aan de passagiers zouden moeten
betalen ter compensatie van gehoorschade.
Bij het busstationnetje van Borobudur drinken we wat,
terwijl diverse becak-chauffeurs ons wel voor weinig naar de Borobudur
willen brengen. Het is echter maar vijf minuten lopen en dat vinden we
veel leuker dus ze hebben weer eens pech. Terwijl wij aan ons frisje
zitten, komt er een man voorbijlopen met een enorme toeter van een
zelfgerolde sigaret in zijn mond. Het filter is van krantenpapier. Daar
kun je even mee vooruit!
Als we bij de Borobudur aankomen, moeten we eerst
zigzaggen tussen alle souvenirstalletjes door voordat we bij het loket
(entree 12 US Dollar) kunnen komen. Ook hier nemen we een gids (50.000
Rupiah), een vrouw dit keer, die ons wegwijs maakt in de wereld van de
boeddhistische tempels. De Borobudur is 118 bij 118 meter bij de bodem
en dat is groot, maar het is toch minder groot dan we ons hadden
voorgesteld. Het bestaat uit lagen waarbij de onderste laag de hel
voorstelt en bovenaan zit uiteraard de hemel. Langzaam maar zeker lopen
we dus de goede kant uit. De onderste lagen zijn vierkant, de bovenste
lopen rond ten teken van oneindigheid. Het hele gebouw zit vol
symboliek, dan is het wel handig als zo’n gids je daar wat meer over
vertelt. Wat jaren geleden zijn er bommen ontploft in de stupa’s op de
hooggelegen lagen. Er is een hoop schade aangericht, maar inmiddels is
daar weinig of niets meer van te zien. In minimaal één van de stupa’s
is toen een bom geplaatst die niet is afgegaan. Het boeddhabeeld van
die stupa is nu een beetje extra heilig en je kunt een wens doen als je
de vingers van deze boeddha aanraakt. Brigitte’s arm is te kort om er
bij te kunnen. Rob lukt het wel en gezien de dreigende wolken boven
ons, wenst hij mooi weer de rest van de dag. Blijkbaar werkt het
vervullen van wensen alleen als je boeddhist i.p.v. atheïst bent, want
op de terugweg rijdt de lokale bus later door een enorme tropische bui.
Leuk geprobeerd...
De Borobudur is gebouwd rondom een
heuvel. Van binnen is
hij dan ook niet hol en hij wordt dan ook niet gebruikt als echte
tempel. Alleen bovenin was een holle ruimte en daarin werd o.a. de as
van overleden koningen geplaatst. Die zijn inmiddels allang geplunderd
of in het museum geplaatst. De tempel is prachtig gelegen. Zeker nu het
einde regentijd is, is het mooi groen rondom. Je hebt na al die
traptreden een voortreffelijk uitzicht richting alle kanten. Vooral de
vulkanen zijn erg mooi, hoewel we nu niet alles kunnen zien doordat de
bewolking al flink komt opzetten. Deze tempel is toch weer heel anders
dan wat we in Cambodja bij Angkor hebben gezien en gisteren bij
Prambanan. Ook hier is het veel rustiger dan gedacht. Misschien komen
de tourbussen alleen bij zonsopkomst en zonsondergang, maar nu, zo
midden op de dag, is het gewoon stil met slechts enkele tientallen
mensen verdeeld over de gehele tempel.
Als de lucht alsmaar dreigender wordt, vinden wij het
mooi geweest. Als we de uitgang gevonden hebben tussen alle
souvenirkraampjes door, wandelen we nog net voor de regen terug naar
het busstation. We nemen er allebei Gado Gado, hier meestal op de
menu’s te vinden als Gado². Een beetje MSN-achtig afgekort, maar het is
voor iedereen duidelijk wat er wordt bedoeld. De terugweg gaat zoals
gezegd gepaard met hevige buien. Er zit een stuk rubber los bij het
raam aan de voorkant en dat wappert elke keer om de ruitenwisser heen.
Die gebruikt de chauffeur dan ook maar niet, terwijl de regen met
bakken uit de hemel komt en het zicht beperkt is. Natuurlijk loopt ook
dit weer goed af en we komen heelhuids aan in Yogyakarta, maar niet
nadat op de bank voor ons nog even een vrouw lekker over het middenpad
heeft gekotst. Ach, ze pakken even de bezem en vegen het ergste naar
buiten zo de straat op en ook dat probleem is weer verholpen.
Terug in het hotel raken we aan de praat met een jong
hockeymeisje uit Leiden die een tijdje op familiebezoek is in Indonesië
en met ene Sander die een duikschool aan het opzetten is op de Gili’s.
We besluiten uiteindelijk ook maar te eten in het restaurant van het
hotel voordat we onze laatste nacht in Yogyakarta ingaan.
Zaterdag 25 april 2009: Yogyakarta – Solo

Het is ruim tien minuten lopen van ons hotel naar het
station. Daar kunnen we nog mooi even pinnen, want we hebben net het
hotel contant betaald en raken een beetje door onze voorraad cash heen.
De BCA-bank biedt uitkomst, hoewel ze steeds maar 1,2 miljoen Rupiah
(nog geen 90 Euro) geven in briefjes van 50.000. Gelukkig kun je met 90
Euro hier heel wat meer doen dan in Nederland, dus we kunnen er wel
weer even tegenaan. Zo kosten onze treinkaartjes naar Solo maar 20.000
Rupiah en we vragen ons zelfs af waarom wij 20.000 betaald hebben
terwijl er op het kaartje 7.000 Rupiah staat (zien we later).
In de trein worden we weer met en door diverse mensen op
de foto gezet. Alsof ze hier nog nooit een blanke hebben gezien... Een
uurtje later zijn we op station Solo Balapan. Een wat luxer hotel dit
weekend lijkt ons wel wat en we lopen een stukje in de hoop richting
het Novotel te gaan. Al snel weten we niet goed meer waar we zijn en
welke kant we opmoeten en we houden twee tellen later een becak aan.
Deze meneer wil ons uiteraard wel wegbrengen naar het Novotel en hij
steekt 2 vingers op. Tweeduizend Rupiah (15 Eurocent)? Ja, dat hebben
we goed begrepen volgens deze man die geen woord Engels spreekt. Rob
vraagt nog enkele keren of hij 2.000 of 20.000 bedoelt, want 2.000 is
eigenlijk te weinig lijkt ons en 20.000 is duidelijk te veel voor hier.
Het zou toch echt 2.000 moeten zijn, dus we gaan op pad. Niet veel
later bij het Novotel bedoelde hij “uiteraard” 20.000 nadat wij hem
3.000 hebben gegeven. We geven hem nog 5.000 erbij en geven aan dat hij
voor de rest de boom in kan met zijn 20.000. Het Novotel heeft vier
sterren en ondanks de korting die we kunnen krijgen, vinden we de prijs
toch te gortig voor mensen die op wereldreis zijn. Direct naast het
Novotel zit echter het Ibis en dat heeft blijkbaar dezelfde eigenaar.
Dat hotel is met drie sterren en wat korting een stuk aantrekkelijker
geprijsd. De kamer is prima en er zit een lekker zwembad en een
ontbijtje bij, dus we boeken twee nachten.
In Solo lopen we wat rond en we gaan eerst maar eens wat
eten, want we hebben nog altijd niet ontbeten en het is al 11 uur.
Naast de plaatselijke VVV (waar ze nauwelijks brochures hebben in een
shabby ambiance) zit een Chinese & Seafood restaurant. Brigitte
is een tijdje bezig om de vele garnalen van kop, staart en huid te
ontdoen, maar het eindresultaat smaakt goed. Ene Daniël is van beroep
leraar, maar heeft al zeven jaar geen baan (ben je dan eigenlijk nog
wel leraar?). Hij probeert ons nu een tour te slijten, maar we hebben
geen belangstelling in erotische tempels dan wel gonggieten. Hij geeft
ons nog zijn adres en telefoonnummer, dan kunnen we hem altijd nog
bellen als we morgen wel willen. Bedankt Daniël, maar we gaan morgen
lekker van het mooie weer genieten aan de rand van het hotelzwembad!
Een paar jaar geleden waren er forse onlusten in Solo.
Allerlei gebouwen zijn toen in brand gestoken, maar een flink deel
daarvan is inmiddels hersteld dan wel herbouwd. Solo is helemaal niet
toeristisch. Het aantal blanke toeristen hier is nihil en blanke mensen
die zoals wij gewoon een beetje door de stad wandelen zijn er al
helemaal niet. Je ziet veel mensen denken: wat moeten die nou hier? Het
is niet echt een mooie stad en er is ook niet veel bijzonders te
beleven. Er is een kraton, een oud paleis, maar daar hoeven wij niet zo
nodig heen. Verder wat markten en in de omgeving een paar tempels en
vooral veel rijstvelden. Na een paar uur slenteren door de stad hebben
we het wel gezien. De rest van de middag brengen we door bij het
zwembad. Helaas zit het hotel voor de zon en is er vrij veel wind.
Morgen doen we het anders. Dan gaan we gelijk in de ochtend bij het
zwembad zitten als de zon nog vrij baan heeft. In het hotel drinken en
eten we nog wat en dan kijken we op de hotelkamer nog een film op onze
laptop.
Zondag 26 april 2009: Solo

Het ontbijtbuffet is niet bijzonder, maar wel oké. We
kunnen zelf een eitje koken, dat is lang geleden! Vandaag is het onze
driehonderdste dag en we zijn van plan om vooral weinig te doen. Eerst
maar eens de zwemspullen aan en op naar het zwembad. De eerste
anderhalf uur zitten er nog allemaal families waarvan de kinderen in
het zwembad bezig zijn, maar daarna is het zo goed als leeg. Rob werkt
aan het verslag terwijl Brigitte baantjes trekt. We maken gebruik van
de internetverbinding van het Novotel, maar het signaal is hier zo
slecht dat dat nauwelijks lukt. Morgen maar even op zoek naar een
tentje waar we de laatste verslagen en foto’s kunnen uploaden.
Zo na het middaguur begint de zon toch wel erg te
branden en beginnen we het zwembad wel een beetje zat te worden. We
kleden ons om en wandelen naar het station Solo Balapan. We willen
alvast treinkaartjes kopen voor morgen. Ons doel is Malang, want dat
ligt redelijk dicht bij de Bromo-vulkaan en daarvandaan is het ook nog
maar een uur of twee naar Surabaya. Er gaat echter maar eens per dag
een trein vanaf Solo Balapan naar Malang en die gaat om half drie ’s
nachts. Dat lijkt ons helemaal niks. Vanaf het andere treinstation in
Solo, Jebres schijnt er wel een trein te gaan om 9.20 uur, maar dan
moeten we nu eerst met een becak naar het andere station om te
informeren. We gooien onze plannen een beetje om en kopen twee kaartjes
voor morgen vanaf Solo Balapan, maar dan direct naar Surabaya. We
kijken dan wel of we vanuit Surabaya een tour van een dag of twee naar
de Bromo-vulkaan kunnen doen. Om 8.12 uur morgenochtend worden we op
het station verwacht. Dan vertrekt de Sancaka 2 voor een rit van
vierenhalf uur naar het noordoosten van Java.
Op de terugweg naar het hotel kopen we wat biertjes en
frisdrank, want in het hotel is het, zoals zo vaak in hotels,
schreeuwend duur. We hebben toch een koelkastje op onze kamer dus daar
kunnen we mooi gebruik van maken. Eerst nog even lunchen bij dezelfde
Chinees als gisteren en ook nu is het eten weer uitstekend en niet
duur. Terug op onze hotelkamer zetten we een gemakkelijke film op en we
installeren ons op het bed. Biertje erbij op de nachtkastjes, helemaal
goed deze thuisbioscoop.
Als de film er op zit en Rob helemaal bij is met het
verslag, nemen we een kijkje bij Ristorante O Solo Mio, niet ver van
ons hotel vandaan. Er zit in totaal een man of twaalf te eten, allemaal
blanke toeristen want voor de gemiddelde familie uit Solo is het
restaurant te duur. We nemen een familiepizza uit de houtgestookte oven
en die is best aardig. Later bekijken we voor het slapengaan nog twee
afleveringen van CSI. Een lekker rustig dagje zo.
Maandag 27 april 2009: Solo – Surabaya

Na het standaardprogramma van wassen en opruimen, pakken
we nog even het ontbijt mee in het hotel. We rekenen af en nemen de
taxi naar station Solo Balapan. De trein naar Surabaya vertrekt exact
op tijd, dat hadden we eerlijk gezegd niet verwacht. Onderweg van
Centraal-Java naar Oost-Java weer eindeloze velden met rijst en alles
is prachtig groen zo aan het einde van de regentijd.
Surabaya is nog geen vijf uur met de trein vanaf Solo.
Voor we het weten, zijn we er al. Er zijn meerdere stations en wij gaan
er uit bij station Gubeng, omdat dat station het dichtst bij het
centrum ligt. Direct al op het station biedt iemand ons een “goede
slaapplek, voor een goede prijs” aan. Tsja, we gaan eerst maar eens
kijken bij het Cendana Hotel. Daar hebben ze
echter alleen nog maar
hele dure kamers en we besluiten alsnog met de andere man mee te gaan
om Anda Family Homestay te bekijken. Het ligt wel een beetje buiten het
centrum, maar het ziet er keurig uit. Zo lang blijven we hier toch
niet, dus we blijven hier maar.
We gaan eerst de buurt maar eens verkennen. Echt
iedereen zit dan naar
je te kijken, want je bent een blanke (die zie je hier al niet veel) en
je wandelt (en dat doet niemand, ook de locals niet). Ze hebben wel een
beetje gelijk, want Surabaya is ook al geen al te prettige stad om te
wandelen. Op veel plekken zijn helemaal geen stoepen en waar ze er wel
zijn, kun je beter langs de kant van de weg gaan lopen, want dan loop
je minder risico dan op de stoep. De stoepen zijn nergens egaal, zitten
vol met gaten en bulten. Als je even niet oplet, stap je zo een meter
naar beneden in het riool. Je kunt hier maar beter niet uit de kroeg
dronken naar huis lopen, dat overleef je niet. Wat zijn we in Nederland
toch verwend met al die gescheiden fiets- en voetpaden als je het hier
zo ziet. Thuis bellen we gelijk de gemeente als er ergens een tegeltje
los zit, hier kun je beter de gemeente bellen als je een stukje stoep
vindt die er goed uit ziet.
De Nederlandse invloeden zijn nog op veel plekken te
zien. Niet alleen
zitten er filialen van Holland Bakery, maar als je een uitlaat nodig
hebt dan ga je hier naar de straat vol met “knalpotten”. Het is
ongelooflijk hoeveel mensen er even wat tegen je willen zeggen. Tijdens
enkele uren lopen hoor je vele tientallen keren “Hello Mister” roepen,
zowel naar Rob als naar Brigitte en “Good morning”, ongeacht het
tijdstip van de dag en natuurlijk “Where are you from?”. Waarom is dat
hier in Indonesië zoveel meer dan in de andere Aziatische landen waar
we geweest zijn? Dwars door de stad loopt een rivier. Het water ziet er
smerig uit en er drijft overal afval. Dat weerhoudt diverse mensen er
niet van om er lekker in te zwemmen. Zij liever dan wij.
Als wij het wandelen wel een beetje beu zijn door de
warmte en de
gesteldheid/afwezigheid van de stoepen, houden we een taxi aan en laten
we ons naar Jembatan Merah (rode brug) brengen. Bij deze brug schijnt
fel gevochten te zijn voor de Indonesische onafhankelijkheid. Ernaast
zit een mall en we duiken de Mac Donalds in voor een snack. Ze hebben
er een driedubbele cheeseburger, maar die noemen ze een triple
cheersburger. Eerst denken we aan een spelfout zoals zovaak in
Aziatisch Engels, maar later blijkt deze burger toch echt cheersburger
te heten. Wij snappen hem niet, Indonesische humor? Direct achter de
brug die weinig voorstelt, moet Chinatown liggen. Chinatowns zijn bijna
altijd leuk om doorheen te wandelen. Je kunt er voor een schappelijke
prijs lekker eten en er heerst een gezellige drukte. Hier niet, hoewel
we onder de drakenpoort door zijn gelopen en uiteindelijk een stukje
verder weer door een drakenpoort naar buiten lopen, zien we helemaal
niets Chinees. Geen Chinese tekens, geen winkels, geen geuren en
bovenal geen Chinese mensen. We zien een Rabobank in die straat, maar
dat is toch niet erg Chinees als je het ons vraagt. Misschien hadden we
wat naar links of rechts moeten lopen, maar dit leek helemaal nergens
op.
We komen wel uit bij een Carrefour in een andere luxe
mall. Een lekkere
grote supermarkt, dat hebben we nog niet eerder gezien in Indonesië. We
kopen een hele halal-kip die we vast in stukken laten snijden in de
winkel. De jongeman achter de toonbank legt hem nog even op de barbecue
om goed warm te maken. Eigenlijk komt het er op neer dat hij de kip
midden in een vlammenzee legt en zo nu en dan keert. Of de kip daar
lekkerder van wordt, weten wij zo net nog niet, maar gaar in ieder
geval. Terug naar ons hotel is toch echt te ver om te lopen en het is
al donker inmiddels, dus we stappen maar weer eens in een taxi. De
avond brengen we op onze hotelkamer door met een film en wat tv-series.
Dinsdag 28 april 2009: Surabaya

Met een zo goed als onbewolkte lucht, gaan we vanochtend
op pad met een missie. De moeder van Brigitte is geboren in Surabaya.
Zij is al lang geleden en op zeer jonge leeftijd naar Nederland gekomen
en heeft niet of nauwelijks meer herinneringen aan hoe het hier toen
was. We hebben het adres van het huis waar ze haar eerste vier
levensjaren heeft gewoond: van Hogendorplaan 146, al lang geleden na de
onafhankelijkheid door de lokale autoriteiten omgedoopt tot Jalan R.A.
Kartini. Eens kijken of we dat huis kunnen vinden, of het er eigenlijk
nog wel staat en zo ja, in welke staat het zicht bevindt.
Onderweg kopen we een paar plakjes kek lapis (spekkoek)
bij Holland
Bakery. Via de rampzalig slechte stoepen bereiken we al vrij snel de
straat die we zoeken. De Jl. R.A. Kartini is best een lange straat en
het huisnummer dat we zoeken zit helemaal aan het andere uiteinde. Er
staan best flinke huizen hier, maar veel ervan is nieuwbouw. We vrezen
dan ook het ergste en die vrees blijkt terecht. Op nummer 146 staat een
volledig nieuw pand , een EM-building met daarin een reclamebureau EM
Advertisting. Ze doen aan “Billboard Digital printing and other artwork
promotions”. Het is best een fraai pand, alleen heeft het een stukje
historie gewist. Misschien stond er hiervoor inmiddels ook al een ander
pand, dat weten we niet. Toch aardig om even deze straat en omgeving te
zien. Bepaald niet het slechtste deel van de stad, in ieder geval heden
ten dage niet.
Een paar panden verder zit een reis- en tourbureau. Daar
kopen we twee
tickets van Surabaya naar Mataram, aan de westkant van Lombok. Het
grappige is dat in één ruimte links een makelaar zit en rechts het
reisbureau en dat diverse medewerkers afhankelijk van de klandizie aan
de linkerkant of aan de rechterkant aan de slag gaan. Zie je in
Nederland al een combinatie voor je van makelaar en reisbureau waarbij
de medewerkers beide activiteiten uitvoeren?
We nemen de taxi naar Surabaya Plaza en eten een
tegenvallende lunch in
de mall die daar zit. Ernaast op de Jalan Pemuda zit een Tourist
Information Centre die we toevallig tegenkomen, want in de Lonely
Planet wordt deze nergens genoemd terwijl ze hier toch al een jaar of
negen zeggen te zitten en veel centraler liggen dan degene die wel
genoemd worden. Ze raden ons, de enige klanten en zo te zien komen er
ook niet veel klanten, aan om naar een bepaald (suf) huis te gaan
kijken. Dat moet de topattractie van Surabaya zijn en dat zegt al
genoeg over deze stad. Dat huis laten we lekker zitten, we hebben in
ieder geval een plattegrond van de stad weten te bemachtigen. Met die
in de hand, lopen we via een andere route weer naar ons hotel. Het is
inmiddels aardig heet geworden en we zijn blij als we er uiteindelijk
bezweet aankomen.
In de avond gaan we er nog een keer op uit, want we
moeten nog wat
eten. Vlakbij ons hotel is een markt met ook diverse kramen met eten.
Op straat ligt een verse, platgereden rat en ook op het dak van het
marktgebouw zien we een forse rat rustig rondwandelen. Bij een van de
kraampjes zien we staan “Soto Ayam” en daar direct onder “Rawon”. Dat
lijkt ons wel wat en wij bestellen bij die mevrouw die uiteraard geen
woord over de grens spreekt een “Soto Ayam Rawon”. Dat bestaat echter
niet, Soto Ayam is kippensoep en Rawon een rundvleessoep en een
combinatie zou wat vreemd zijn. Ze geeft ons maar twee rundvleessoepjes
en dat smaakt best aardig, hoewel er veel vet aan het vlees zit. Bij
een supermarktje kopen we nog wat te drinken en dat maken we soldaat op
onze kamer.
Woensdag 29 april 2009: Surabaya – Senggigi
(Lombok)

We hebben de wekker wel gezet, maar de bouwvakkers zijn
alweer vanaf 5.15 uur aan de gang, dus dat was niet nodig geweest.
Alles wordt weer opgeruimd en we laten een taxi komen die ons naar het
vliegveld van Surabaya brengt, een stukje ten zuiden van de stad. Met
al het verkeer hebben we nog wel even nodig om er te komen, maar we
zijn ruim op tijd om in te checken voor onze vlucht met Lion Air. We
hebben op het reisadvies van Buitenlandse Zaken gelezen dat inmiddels
geen enkele Indonesische maatschappij mag vliegen boven Europa gezien
het tekort schietende veiligheids- en onderhoudsbeleid. Dat klinkt
bemoedigend! Zo nu en dan valt er in Indonesië inderdaad een vliegtuig
naar beneden, maar vandaag loopt alles op rolletjes met onze Boeing
737-400. Veertig minuten na vertrek landen we op Lombok, waar het een
uurtje later is dan op Java. Horloge, telefoon, laptop en fototoestel
maar weer aanpassen aan de nieuwe tijdzone.
Op heel Lombok (zo’n 80 bij 80 kilometer) wonen drie
miljoen mensen.
Dat is net zoveel als in Surabaya, dus het moet hier wel een stuk
rustiger zijn. We hebben de Merapi- en de Bromovulkaan al overgeslagen,
dus we willen op Lombok nog wel een vulkaan gaan bekijken en verder
genieten van mooie plekjes nabij het strand. We beginnen met een paar
dagen strand en we willen naar het noordwesten, naar Senggigi. De
tourist information die je op de luchthaven van Lombok vindt, is
eigenlijk gewoon een verkoopkantoor. Ze proberen je van alles aan te
smeren, als ze maar wat aan je verdienen. Wij willen echter eerst het
hotel zelf zien voordat we het boeken. Dat wordt moeilijk, want
dan verdient hij niets aan ons. Weet je wat, we nemen gewoon de taxi
naar een hotel dat wij er goed uit vinden zien. Het hotel waar we
aankomen bevalt ons niet erg. Nauwelijks mensen, gebrekkig onderhoud,
niet aan het strand en toch niet bepaald goedkoop. Als we aangeven
verderop te gaan kijken, wordt er direct korting aangeboden, maar
helaas voor hen gaan we weer op pad. We lopen een stukje, maar komen
niet direct langs hotels die er interessant uitzien.
Het is meer dan 30 graden en als je dan met je rugzak
oploopt, ben je
dat snel zat. In de Lonely Planet staat Windy
Beach Resort goed
aangeschreven en ook op internet hebben we positieve reacties gelezen.
We laten ons vervoeren naar dit resort dat enkele kilometers ten
noorden van Senggigi ligt. Dit bevalt ons een stuk beter. Leuke
huisjes, goed onderhouden tuin en zwembad , heerlijk rustig en prachtig
gelegen, direct naast het strand. Ze hebben nog een huisje met airco
voor ons en we dingen nog een beetje af. De lunch in het restaurant van
het resort is prima. Daar waren we wel even aan toe. Het heet hier
Windy Beach Resort omdat de eigenaresse Windy heet, niet omdat het
strand zo heet of dat het hier dagelijks bijzonder hard waait.
Bij een zitje onder een afdak direct naast het zwembad
brengen we de
rest van de middag door. Beetje lezen, beetje zwemmen, wat prutsen op
de laptop, heerlijk zo’n rustige middag! Rob heeft wat last van zijn
darmen en geeft de soep van gisteravond daar de schuld van. Brigitte
heeft dezelfde soep op en nergens last van, dus eigenlijk kennen we de
exacte oorzaak niet. De wc wordt dan ook wat vaker dan gemiddeld
bezocht door Rob. ’s Avonds eten we nog een keer in het restaurant en
dan gaan we thuis onder de klamboe (lijkt niet echt nodig, maar ziet er
altijd wel romantisch uit) op bed nog wat t.v. kijken op de laptop.
Donderdag
30 april 2009:
Senggigi

Wat is het toch
heerlijk hier bij het Windy Beach Resort. Het is
rustig gelegen. Zo
af en toe komt er een auto voorbij een stukje verderop en heel in de
verte hoor je de oproep van de moskee in het dorp, maar dat is het dan
zo’n
beetje wel. Het weer is perfect, een overdaad aan zon, maar toch niet
te heet door een lekkere bries van zee. Een zwembad gevuld met schoon
water met de juiste temperatuur. Warm genoeg om niet echt door te
hoeven komen, maar koud genoeg om er van af te koelen. We besluiten dan
ook om nog een dagje extra te blijven voordat we met een driedaagse
tour mee willen om een paar uur rijden verderop een vulkaan te
beklimmen.
Na het ontbijt op
deze koninginnedag
nestelen wij ons
weer bij het zwembad en daar komen we tot laat in de middag niet
vandaan, op wat uitstapjes naar het restaurant, ons huisje en de zee
na. Er is ook een overdekt deel met enkele tafels en stoelen, zodat we
zo nu en dan in de schaduw wat op onze laptop kunnen rommelen. Een
Zwitserse gast komt al bij Rob vragen wat hij toch aan het doen is op
die laptop. Hij is toch hopelijk niet aan het werk? Dat kan namelijk
niet de bedoeling zijn in zo’n fraaie en rustgevende omgeving als deze.
Rob kan hem geruststellen, hij werkt alleen even off-line de website
bij.
Internet is hier niet beschikbaar, maar dan gaan we tenminste wat
sneller met onze
boeken.
Een lokale jongen
heeft een joekel van
een vis gevangen.
Met een soort mini-harpoen snorkelde hij in de zee en toen er een
flinke vis
langs zwom, heeft hij deze met een voltreffer net boven het oog weten
te raken. Het is een voor ons onbekende vis met een hoog voorhoofd. De
Miss Universeprijs gaat deze vis niet winnen, maar hij denkt de vis te
kunnen verkopen voor rond de 200.000 Rupiah, zo’n 15 Euro, een serieus
bedrag in deze contreien. Na het aanschouwen van de vangst gaan we
weer verder met waar we zo goed mee bezig zijn: smeren, zonnen,
douchen, zwemmen, lezen en dan begint het rijtje weer van voor af aan,
slechts onderbroken door de lunch. Voor een paar dagen is dit een
fantastische vakantiebestemming. Daarna gaat het waarschijnlijk
vervelen, maar dat zien we dan wel weer. Voorlopig genieten we er maar
even van.
We bekijken de film
“In
Bruges” en bij
het avondeten
kletsen we vervolgens wat over voetbal met ober Hal. Hij kent het
Europese voetbal behoorlijk goed merken wij. Indonesië kan er niets van
volgens hem en daarin heeft hij wel een beetje gelijk, hoewel ze ook
weer niet dramatisch slecht zijn. Kwalificatie voor de
wereldkampioenschappen in 2010 zit er voor hen echter wederom
niet in na zware nederlagen tegen Syrië. Als we
ons buik meer dan vol hebben, bekijken we nog een aflevering van CSI
voordat het tijd is om weer onder de klamboe te kruipen.
Vrijdag 1
mei 2009: Senggigi

De afgelopen
anderhalve dag zijn we
het terrein van het
resort niet afgeweest. Het relaxen bevalt ons goed, maar deze ochtend
wordt het tijd het mini-centrum van Senggigi te bezoeken. We gaan aan
de weg staan en wachten tot er een taxibusje voorbij komt.
Onverwacht moeten we
toch 20 minuten
wachten, maar dat
geeft niet, het is toch lekker weer. Er zijn geen vaste prijzen en al
helemaal niet voor toeristen. Het is maar net wat je afspreekt met de
chauffeur. Eergisteren hiernaartoe vroegen we wat het moest kosten. De
chauffeur vroeg 25.000 Roepiah (1,80 Euro) voor ons samen voor een
ritje van een kilometer of zes. Dat leek ons wat veel en we boden aan
15.000 te betalen. Daar ging hij iets te gretig op in, dus we wisten
toen al dat het nog steeds teveel was. Een beetje navraag leert ons
inmiddels dat 6.000 voor ons samen zeker voldoende is. Aldoende leert
men. Deze chauffeur vindt 6.000 Roepiah oké en tien minuten later staan
we in hartje Senggigi. Stel je er niet teveel van voor. Wat
restaurants, tourbureaus, hotels en veel mensen die je een brommer
willen verhuren of je mee willen krijgen op een tour.
Wij komen er om even
te informeren
naar de overtocht per
boot naar Gili Trawangan. Dat is een eiland dat hier niet al te ver
voor de kust ligt, samen met Gili Air en Gili Meno. Eerst willen we nog
Gunung Rinjani beklimmen, een vulkaan in het noorden van Lombok. Bij
Perama
hebben ze informatie over die beklimming en over de boottocht
die we daarna willen doen. Aan de overkant kunnen we gebruik maken van
internet en we sturen weer updates voor de website. We lezen dat
Koninginnedag nogal in het water is gevallen door een idioot die het op
het koninklijk huis gemunt heeft. Wat heb je toch een rare mensen op
deze wereld! In een supermarktje slaan we nog wat boodschappen in en
als we dan ook nog gepind hebben, vinden we het weer mooi geweest. Het
eerste taxibusje wil 10.000 Roepiah, maar wij bieden maar 6.000, dus
hij moet maar andere klanten zoeken. De volgende vindt 6.000 geen
probleem, dus we zijn zo weer bij Windy Beach Resort.
De rest van de dag
doen we wat we de
laatste twee dagen
al zo lekker vonden: niets! Af en toe een plons in het zwembad,
insmeren met zonnebrandcrème, boekje lezen, best druk eigenlijk... Van
de verhalen die we gehoord hebben van anderen en van wat we lezen op
internet, blijkt dat de beklimming van Gunung
Rinjani pittig is. Drie
dagen lang acht of negen uur lopen met flinke stukken bergop of, niet
minder erg, bergaf. Het uitzicht moet wel geweldig zijn op de top. Als
we er nog eens over nadenken, besluiten we het niet te doen. We gaan de
rest van onze tijd in Indonesië lekker rustig aan doen. Niet alleen
maar luieren, maar ook niet té actief. Als alternatief boeken we een
auto met chauffeur en een aparte gids voor morgen. We gaan een trip
maken langs de noordkant van Lombok en dan vanaf het oosten via
centraal Lombok weer terug naar Senggigi in het westen. Zo zien we een
aardig stuk van het eiland en als het goed is kunnen we ook een
wandeling maken in de buurt van de vulkaan zodat we die goed kunnen
bekijken. Van onder weliswaar en niet vanaf de top, maar het geeft toch
een idee.
Het laatste deel van
de dag levert een
bekend programma
op: zwemmen, zonnen, film kijken en dineren. De ober toont ons een
Indonesische krant met op de voorpagina een foto en een heel stuk over
het Koninginnedagdrama in Apeldoorn. Ook hier is het dus flink nieuws
en op pagina 11 gaat het stuk nog een heel eind door. We kijken nog een
aflevering van Numb3rs en luisteren wat muziek
voor we het licht
uitdoen.
Zaterdag 2 mei 2009: Senggigi


De chauffeur en de
gids die ons om
8.00 uur op moeten
komen halen, zijn keurig op tijd. Wij hebben al ontbeten, dus we kunnen
van start. We rijden vandaag over het bovenste deel van Lombok. Eerst
de weg parallel aan de noordkust van west naar oost, daarna door hoger
gelegen gebieden zuidwaarts langs de vulkaan Mount Rinjani en tenslotte
linea recta weer naar het westen, terug naar het resort in Senggigi.
Eerst rijden we naar het centrum van Senggigi en dat komt goed uit,
want daar kunnen we mooi enkele kaarten afgeven op het postkantoor en
alvast twee tickets kopen bij Perama Tours voor de overtocht van morgen
naar Gili Trawangan. Gisteren zeiden ze nog dat het ons 220.000 Roepiah
zou kosten voor twee personen inclusief pick-up bij het hotel, maar
vandaag betalen we maar 180.000. De afgelopen dagen zagen we ’s
ochtends al veel zeilbootjes richting Senggigi varen. Dat blijken
tonijnvissers te zijn die terugkeren met het vangst van de nacht en
vroege morgen.
Onze eerste echte
stop is bij de markt
in Lendang Bajur
waar het lokale vervoer nog met paard en wagen gaat. Het is gelukkig
een markt waar de lokale bevolking om inkopen te doen en dan vooral
etenswaren. We hebben bewust vantevoren aangegeven dat we niet naar
markten of winkeltjes willen waar ze toeristenspullen verkopen.
Vreselijk die zogenaamde “traditional markets” en “traditional
villages”. Waar mensen liefst nog in berevellen potten bakken en rokken
weven, die je vervolgens kunt kopen tegen acht keer de normale prijs.
En ’s avonds kijken deze traditionele mensen dan lekker een dvd op hun
flatscreen. Wij houden niet van die poppenkast. We proeven er
snakefruit. De buitenkant heeft de vorm van een uit de kluiten gewassen
aardbei, maar hij is bruin van kleur, minder harig en binnenin zit
vruchtvlees om een forse pit. Smaakt goed, lekker fris.
Al snel rijden we
tussen rijstvelden
door. We krijgen
een fotogeniek uitzicht voorgeschoteld: een boer die het rijstveld aan
het ploegen is met twee ossen voor de ploeg en op de achtergrond wat
bergen. Daar profiteert fotografe Brigitte natuurlijk van! Ze verbouwen
hier verschillende soorten rijst. Afhankelijk van de soort duurt het
ruim drie tot ruim vijf maanden voor de rijst geoogst kan worden na het
planten. Eerst ploegen ze de grond, vervolgens zetten ze het een paar
dagen onder water zodat al het onkruid sterft. Dan maken ze de bodem
vlak en duwen ze de rijstplantjes met de hand in de natte bodem. De
rijst die we nu zien wordt niet hoog, misschien dertig centimeter, maar
later zien we nog wilde rijst (die raar genoeg wel geplant is) en die
wordt wel ruim 1.5 meter hoog.
De volgende stop is
Brigitte op het
lijf geschreven. De
plek wordt Monkey Forest genoemd en niet ten onrechte, want er zitten
tientallen makakes. Het is een populaire plek om de apen te voeren en
daarom zitten er ook zoveel. Onze gids heeft op de markt wat rauwe
zoete aardappels gekocht en een zakje gekookte pinda’s. Daar weten die
apen wel raad mee. Ze zijn veel te tam, maar goed daar doen wij net zo
hard aan mee natuurlijk. Het is wel erg makkelijk om zo wat leuke
foto’s te maken, zeker omdat sommige aapvrouwtjes met een baby-aapje op
de borst rondlopen. Als we diverse dorpjes gehad hebben, rijden we een
brommerrijder voorbij die werkelijk een enorme hoeveelheid kroepoek
achterop vervoert. Het is natuurlijk licht spul, maar toch. Een
vuilnisophaaldienst kennen ze hier niet. Afval gooi je gewoon ergens
neer, of je verbrandt het in de greppels van de weg die voor de
afwatering bedoeld zijn. Op heel veel plekken zie je dan ook brandende
hoopjes met afval. En dan zitten wij ons in Nederland weer druk te
maken over een milligram fijnstof meer of minder.
Bij Senaru, in het
noorden, zijn
enkele watervallen en
wij gaan de dichtstbijzijnde bezoeken, want we willen nog meer van
Lombok zien vandaag. Onze gids geeft aan dat we hier verplicht voor
30.000 Roepiah een lokale gids moeten huren om naar de watervallen te
gaan nog afgezien van de entree van 5.000 Roepiah p.p. Hij verwijst ons
naar een kantoortje waar we kunnen betalen voor de gids. Daar probeert
men ons wijs te maken dat we een tourtje moeten aanschaffen voor in
totaal 135.000 Roepiah. Daar trappen we natuurlijk niet in. We geven
aan niet meer dan 40.000 te betalen, inclusief entree. Nou, dat is ook
goed... Het blijkt een simpel te volgen pad te zijn en na nog geen
kwartier lopen zijn we al bij de waterval. Wij geloven er niks van dat
een gids verplicht is en als je alleen naar de eerste waterval gaat
kijken, kun je dat prima alleen doen. De gids heeft geen enkele
toegevoegde waarde. Later begrijpen we van onze eigen gids dat de
lokale gidsen niet willen dat hij mee gaat, want dan lopen zij klanten
mis. Hij heeft ooit al eens ruzie gekregen toen hij dat wel deed. Hij
had ons beter kunnen aanraden gewoon een kaartje te kopen bij het loket
en geen gids te nemen, hoewel hij zich daar ook niet populair mee zou
maken bij de lokale tourbureaus. De waterval valt in twee etappes naar
beneden en er zit overal groen omheen. Dat maakt hem wellicht niet heel
groots of spectaculair, maar wel mooi om te zien. Toch goed dat we even
zijn wezen kijken.
Wat verderop stijgen
we een stukje en
nabij Sembalun
wandelen we een stukje door wat rijstvelden. Ons busje rijdt alvast een
eindje door en we voegen ons twee kilometer verder weer bij de
chauffeur. Kinderen zijn visjes en krabbetjes aan het vangen in het
water dat vanaf de vulkaan naar beneden stroomt. De uitzichten op de
vulkaan zijn fraai en met al die rijst erbij is het een plaatje. Er
groeien kerststerren en dan niet van die kleintjes zoals wij die
kennen, maar grote struiken vol met bloemen. We klimmen nog wat tot we
op een kleine 2000 meter hoogte komen. Hier heb je een mooi uitzicht en
ook hier zitten weer de nodige apen te hopen op wat lekkers van mensen
die er een kijkje komen nemen. Wij hebben nog wat banaantjes over, dus
de apen hebben geluk. Het is hier behoorlijk fris door de hoogte en de
flinke wind die er staat. Als we weer afdalen is het snel gedaan met de
koelte en is het weer zweten op de momenten dat we uit het
airconditioned busje gaan voor weer wat foto’s.
De overgrote
meerderheid van de
bevolking op Lombok is
islamitisch en hier in het oosten lijkt het allemaal wat minder
gematigd dan in het meer toeristische westen. Veel meer traditioneel
geklede mannen en vrouwen en veel moskeeën. In de ochtend zagen we al
een begrafenisstoet en nu zien we twee grote groepen mensen die behoren
bij een trouwerij en later nog een feest ter ere van een besnijdenis
van een jongetje. Nog een half uurtje later zijn we weer in Mataram en
dan is het nog maar een klein stukje terug naar Senggigi en dan zit ons
rondje Noord-Lombok er op. We bedanken onze chauffeur en gids met een
goede fooi en we eten wat eerder dan gebruikelijk, omdat we de lunch
hebben overgeslagen.
Zondag 3 mei 2009: Senggigi –
Gili Trawangan

We zitten al redelijk op tijd aan het ontbijt,
want om 8.30 uur worden
we opgehaald voor de korte reis naar Gili Trawangan. Onze rugzakken
staan al ingepakt gereed, dus na het betalen van ons huisje wachten we
bij de poort op het busje dat ons komt ophalen. Er rijdt een busje
voor, maar die komt twee andere mensen ophalen. Niet veel later komt er
een veel grotere bus voorrijden en dat blijkt de juiste. Kan ook niet
missen, er staat levensgroot Perama Tours op de zijkant van de bus en
daar hebben we geboekt. Het is nog geen tien minuten naar het centrum.
Het laatste stukje moeten we lopen, want de bus kan ons niet helemaal
tot aan het strand brengen. Komt goed uit, want zo kan Rob nog even
naar de pinautomaat rennen en nog wat cash halen. Op de Gili’s is
volgens de Lonely Planet geen pinautomaat (hoewel later blijkt dat er
inmiddels wel één is bij Villa Ombak, maar het is niet duidelijk of die
onze betaalpas slikt), dus we zorgen er maar voor dat we voldoende geld
meenemen.
Even over negenen zitten we
met nog een stel
aan boord van een simpel
bootje dat ons in een uur naar Gili Trawangan vaart. De Gili’s liggen
iets ten noordwesten van Lombok en het zijn drie kleine eilanden. Je
hebt Gili Air, Gili Meno en Gili Trawangan. Gili betekent “eiland” dus
je hebt in Indonesië heel wat plekken die beginnen met Gili. Gili
Trawangan is het grootste van de drie eilanden die hier liggen. In
anderhalf uur loop je het helemaal rond, dus het is nog steeds maar
klein. Het was altijd een goedkope party-bestemming voor backpackers,
maar de laatste jaren worden de hotels steeds moderner en duurder. Dat
geldt ook voor de restaurants en alle tours die je wilt doen. De
prijzen die genoemd worden in de Lonely Planet kloppen voor geen meter.
Dat geldt overigens niet alleen voor Gili Trawangan, maar voor alle
bestemmingen die we tot nu toe gehad hebben. Er zit natuurlijk altijd
wat tijd tussen het moment waarop de Lonely Planet wordt uitgegeven en
het moment waarop je als toerist op de bestemming bent. Dat is zomaar
een jaar of zelfs twee jaar later. Je mag dan verwachten dat prijzen
met een procent of tien gestegen zijn t.o.v. wat in de gids vermeld
staat. In de praktijk liggen de prijzen vaak dertig tot zeventig
procent hoger, zeker voor hotels en tours. Natuurlijk valt er soms nog
wel iets af te dingen, maar dan nog kom je zelden maar in de buurt van
de prijzen die in de Lonely Planet worden genoemd. Wel iets om rekening
mee te houden!
Bij de pier van Gili Trawangan wordt
ons natuurlijk
gelijk transport aangeboden. Vervoer gaat hier met paard en wagen. Er
is geen gemotoriseerd vervoer op het eiland en dat is een goede zaak.
We willen een kijkje nemen bij The Beach House en we denken dat het
ruim een kilometer is. Een jongen wil ons er wel heenbrengen voor
25.000 Roepiah. We lachen hem uit en lopen lekker door. Tweehonderd
meter verder vraagt een ander 20.000 Roepiah, nog altijd veel te veel.
We bedanken ook hem vriendelijk en enkele minuten later staan we al bij
de ingang van The Beach House. Het blijkt dus
maar 500 meter vanaf de
pier dus we zijn blij dat we de paard-en-wagen-maffia niet hebben
gesponsord. Veel westerse toeristen denken “oh, 25.000 is nog geen 2
Euro, doe maar”. Voor een ritje van minder dan een kilometer zou je
hier toch echt niet meer moeten betalen dan, pak hem beet, 6.000
Roepiah voor twee personen met bagage. Huisje nummer 5 is nu nog
bezet, maar zodra de huidige bewoners het hebben verlaten en ze schoon
hebben gemaakt, mogen wij er in. Kunnen wij in de tussentijd even wat
rondlopen en even later wat eten en drinken bij Scallywags, een aardige
tent die direct na The Beach House komt. Ze hebben er ook gratis,
tergend langzaam en meer niet dan wel werkend, draadloos internet. Op
een van de spaarzame momenten dat we wel verbinding hebben, ziet Rob
tot zijn vreugde en verbazing dat Kamerik volgend seizoen toch weer 3e
klasse speelt na een 1-2 overwinning en andere uitslagen die ook goed
zijn uitgepakt.
De rest van de middag genieten we van
het
zoutwaterzwembad. Lekker lezen, luieren, af en toe een duik en dan weer
van voor af aan. Het voelt als het houden van een vakantie binnen een
hele lange vakantie en we kunnen het iedereen aanraden. Voor het eten
springen we nog even onder de douche. Ook hier hebben we zout water,
maar wel goed heet. Vlakbij ons hotel zit een zogenaamde Ierse pub,
genaamd Tin Na Nog. Er is overigens niks Iers aan, behalve dan de naam.
Ze hebben geen enkel Iers biertje en geen enkel Iers personeelslid,
maar het is er wel gezellig druk. Het verwerken van bestellingen gaat
enorm chaotisch. Gewone drankjes komen achter de bar vandaan, fruit
shakes bij een tentje aan de overkant, vis- en barbecuegerechten daar
weer naast, pizza’s weer een deur verder en alle overige gerechten
komen uit nog een andere keuken. Als je wilt kun je ook nog sushi
bestellen, dat halen ze bij de Japanner die naast hun zit. Wel veel
mogelijkheden dus, maar tegelijkertijd van je maaltijd genieten zit er
alleen maar in als je allebei iets uit dezelfde keuken bestelt. Ons
eten is zeker niet slecht en na nog een biertje zoeken we huisje nummer
5 weer op.
Maandag 4 mei 2009: Gili
Trawangan

Als wij ons om 8.30 uur melden voor
het ontbijt, is het
nog erg rustig. Veel jongelui liggen nog lekker op één oor en geef ze
eens ongelijk als ze daar pas diep in de nacht op zijn gaan liggen.
Vandaag staan er twee activiteiten op het programma: wandelen en
snorkelen. Nu het nog niet zo superwarm is, beginnen we maar met het
wandelen. We wandelen het eiland helemaal rond, met de klok mee. Om nou
te zeggen dat het een heel mooi eiland is, nou nee. De uitzichten over
zee zijn fraai, maar op het eiland zelf is het een grote bouwput en er
ligt veel zwerfvuil. Op heel veel plekken worden nog meer hotels uit de
grond gestampt en andere stukken land staan te koop in afwachting van
nog iemand die dat van plan is. Als je hier over vijf jaar komt, zitten
er niet alleen aan de oostkant hotels, maar rondom. Tijdens onze
wandeling vinden we ongelooflijk veel slippers. Waarschijnlijk is een
deel aangespoeld, maar er liggen er echt vele honderden verspreid over
het eiland. Aan opruimen denkt niemand, maar dat zijn we inmiddels wel
gewend in Azië en in Zuid-Amerika. Hopelijk gaat daar de komende jaren
langzaam maar zeker verandering in komen. Ach, in de westerse wereld
heeft het ook vele jaren geduurd voordat het min of meer gewoon is, dus
het komt hier ook wel goed als je het de tijd geeft.
Zodra je de zuidoostkant van het
eiland gepasseerd bent,
wordt het superrustig. Een paar fietsers die door het mulle zand
proberen te komen en wat paarden die bouwmaterialen vervoeren voor weer
een nieuw hotel. Aan de noordwestkant zitten nog een paar flinke hotels
die goed aangeschreven staan, maar daar zit je toch wel een stukje van
alle vertier af. Geen probleem als je gebruik maakt van een fiets, maar
wij zitten toch liever aan de gezellige oostkant van het eiland.
Voor de lunch snorkelen we al wat
tegenover ons hotel.
Het meeste koraal is in de loop der jaren vernietigd door vissers en El
Niño geven ze er ook de schuld van. Tegenwoordig worden de vissers
betaald door duik- en snorkelshops om niet te vissen rondom de
eilanden. Op die manier hoopt men de vispopulatie en het koraal te
sparen en goede trips aan te kunnen blijven bieden. Het koraal schijnt
zich heel langzaam wat te herstellen, maar op dit moment kan het zich
bij lange na niet meten met koraal dat we gezien hebben in Vietnam en
Australië. Desondanks zien we toch al wat kleurrijke vissen die zich er
niets van aantrekken dat het koraal niet mooi is.
Na het middageten gaan we een stuk
noordwaarts, want dat
moet een betere snorkelplek zijn. Het koraal is er inderdaad mooier,
maar nog altijd zeer gehavend. Rob ziet behalve een grote
verscheidenheid aan vissen een enorme schildpad en een paar joekels van
vissen die een jongen op Lombok onlangs met zijn mini-harpoen wist te
schieten. Als we het zat zijn, brengen we de snorkelsets terug naar de
winkel waar we ze gehuurd hebben en we boeken ook alvast een
snorkeltrip voor morgen. Dan brengen ze ons als het goed is op nog wat
plekken rondom de Gili’s waar we mooie dingen kunnen zien. Terug bij
ons hotel relaxen we nog wat bij het zwembad voordat we nog een film
kijken en dineren bij de Japanner.
Dinsdag 5 mei 2009: Gili
Trawangan

Om 10.30 uur vertrekt de boot met
glazen bodem vanaf
Gili Trawangan. We kunnen dus op ons gemak wassen en ontbijten en nog
wat t.v. kijken. We hebben enkele buitenlandse nieuwskanalen, waaronder
CNN en BBC World, dus we zijn weer helemaal bij met het wereldnieuws.
Er verzamelen zich een kleine veertig mensen bij het strand en we
worden in twee groepen verdeeld. Bij de trip is een masker en luchtpijp
inbegrepen, maar niet de flippers. Die kunnen we ter plekke alsnog
huren als we willen. Als wij besloten hebben dat te doen, blijken ze
onze maat niet meer te hebben. We moeten nog even naar een van de vele
winkeltjes toe waar ze die verhuren, maar we hebben nog voldoende tijd
dus dat is geen probleem. Onze eerste snorkelplek ligt iets ten noorden
van Gili Trawangan. Het koraal is daar al wat minder beschadigd, maar
mooi is anders. De onderwaterwereld is er verder toch wel weer erg
mooi. Vissen in alle kleuren en maten, hoewel we niet heel veel grote
vissen zien. Rob spot nog een grote garnaal die over de bodem loopt en
voor we het weten is de eerste snorkelsessie alweer voorbij.
De volgende stop is iets ten westen
van Gili Meno. Hier
zwemmen redelijk wat grote schildpadden. Je moet dan denken aan
schildpadden van wel meer dan een meter. Een van de jongens op het
schip wijst ons de weg en we zien inderdaad verschillende grote jongens
(of meiden, dat weten we niet precies). Ze worden ook gekweekt en
uitgezet, dat zal zeker helpen bij de instandhouding van deze beesten.
We hebben nog één snorkelsessie te gaan en dat is nabij Gili Air. Hier
is het koraal het mooist en de vissen zijn er het talrijkst. Dat kan
ook komen doordat de gidsen de vissen lokken met wat voedsel. We
zwemmen dan ook af en toe tussen honderden gekleurde vissen. Net alsof
je in een aquarium zwemt! Op Gili Air krijgen we alle tijd (iets teveel
zelfs wat ons betreft) om te lunchen voordat we om 15.00 uur weer
terugvaren naar Gili Trawangan. Toch weer wat mooie dingen gezien.
We kopen twee kaartjes voor de boot
van morgen richting
Bali. We kiezen voor de Eka Jaya Express, want dat is een snelle boot
en hij gaat in vijf kwartier rechtstreeks naar Padangbai in het oosten
van Bali. Bij het ticket inbegrepen is het vervoer van Padangbai naar
Ubud. Dat moet ook iets van vijf kwartier zijn. In Ubud willen we de
eerste paar nachten verblijven. We hebben in totaal 10 dagen voor Bali,
dus we zullen vast nog wel een of twee keer verkassen. We zien wel hoe
het loopt en of Ubud wat is. Terug bij het hotel eerst nog even
zwemmen, dan douchen en een (vrij slechte) film “RocknRolla” kijken.
Dineren doen we in het restaurant bij The Beach House. Ze hebben er
allerlei soorten vis op de barbecue en wij kiezen voor Mani Mani en Red
Snapper, niet onaardig allebei. Bij een internettentje mailen we nog
wat. Het gaat allemaal erg traag, via de satelliet, maar het werkt
allemaal wel. Internet in Indonesië staat nog een beetje in de
kinderschoenen i.v.m. veel andere landen. Als we weer een bordje “fast
internet, 256Kb” zien staan, dan moeten we altijd weer een beetje
lachen. Zeker als die capaciteit ook nog eens gedeeld moet worden door
8 computers.
Woensdag 6 mei 2009: Gili
Trawangan – Ubud
(Bali)

Onze tijd op Gili Trawangan zit er op.
We gaan een
stukje verderop kijken, op Bali. We rekenen na het ontbijt af in het
hotel en rond 10 uur melden we ons bij het kantoor van Eka Jaya. De
boot is net aangekomen en toeristen die vanuit Bali komen, stromen uit
de boot om hun weg te gaan zoeken op Gili T. zoals Gili Trawagan
meestal wordt afgekort. Een half uur later gaan wij met diezelfde boot
de andere kant weer op. Er zijn meer mensen aan boord dan we dachten,
misschien wel zo’n 60 personen. Eigenlijk voor de veiligheid iets te
veel van het goede. Om onduidelijke redenen varen we eerst in een
kwartiertje naar Lombok. Dat was niet de afspraak, maar ja, je doet er
toch niks aan. Er gaan twee mensen van boord en er komen er vijf bij,
nog wat drukker dus. Dan is het nog bijna anderhalf uur naar Padangbai
aan de oostkant van Bali. Naarmate we meer op open zee komen, beginnen
meer en meer mensen last te krijgen van zeeziekte. Ook Brigitte heeft
er weer eens last van. Gelukkig zijn we er op voorbereid, een spuugzak
is voorhanden. Het is op zich mooi weer, maar de golven zijn toch hoger
dan gedacht. Het schijnt te helpen als je wat tijgerbalsem onder je
neus smeert, maar daarvoor is het nu te laat.
In Padangbai wachten we even op de
bagage die van boord
moet komen en dan gaan we in minibusjes naar de plaats van bestemming.
Sommige mensen gaan naar Kuta, anderen naar Sanur en wij gaan met drie
andere vrouwen naar Ubud. Het is ruim een uur rijden en we laten ons
afzetten bij een hotel waar we goede recensies van hebben gelezen op
Tripadvisor.
Bij dat hotel hebben ze echter geen kamer beschikbaar.
Gelukkkig is de chauffeur van het busje nog even blijven wachten en we
laten ons naar ons alternatieve hotel brengen: Puri
Garden. Daar hebben
ze in ieder geval voor vannacht plek en het ziet er netjes uit. We
hebben weer een zwembad, een balkon, t.v. en een schone kamer. Meer dan
we nodig hebben, maar wel lekker natuurlijk. We hebben maar één klacht
en dat is dat de deur niet goed sluit. De spleet die overblijft, is
groot genoeg voor insecten om naar binnen te komen. Hopelijk valt het
vanavond en vannacht mee met de muggen. Nou ja, we zitten niet voor
niets aan de anti-malariatabletten. We moeten nog enkele weken door
blijven slikken, maar niet lang meer want Japan is malariavrij en Bali
waarschijnlijk ook.
In het restaurant van het hotel kunnen
we gebruik maken
van gratis draadloos internet. Het is sneller dan we hadden durven
hopen en we gebruiken er gelijk maar een verlate lunch. Dan op naar het
centrum van Ubud. Het is hier wel heel toeristisch, maar je kunt hier
heerlijk rondlopen zonder van je sokken gereden te worden. Veel winkels
met artistieke voorwerpen, massagesalons en touroperators. Elke dag
zijn er ’s avonds ook dansoptredens. We vrezen dat het weinig
authentiek zal zijn, maar wie weet gaan we morgen toch overstag. Een
irritante gewoonte van veel touroperators, is om “Tourist Information”
op hun raam te plakken. Dat zie je niet alleen hier, maar in heel veel
landen. Soms is dat verwarrend, want dan doen ze net of ze een
officiële VVV zijn, maar als je vervolgens binnen bent, proberen ze
alleen maar eigen dingen aan te smeren. Gratis goede informatie is er
niet bij. Gelukkig weten we inmiddels meestal wel het kaf van het koren
te scheiden. Die touroperators doen er ook alleen maar alles aan om
omzet te maken, geef ze eens ongelijk.
We vinden weer een BCA-pinautomaat,
dus we slaan weer
vers geld in. Vervolgens lopen we nog wat rond, ook over de zeer
toeristische markt, voordat we weer bij het hotel arriveren. Niet veel
later is het donker en begint het serieus te regenen. De regen is maar
van korte duur en we zitten toch droog op ons balkon. Met het licht aan
worden de muggen wel erg actief, dus we smeren ons maar even in met
anti-muggenlotion met flink wat DEET. Het eten in het restaurant van
het hotel is goed bevallen en we hebben ook niet zo’n zin om nog naar
het centrum te wandelen, dus we dineren in het hotelrestaurant. Zo
kunnen we gelijk nog even wat zaken down- en uploaden tijdens het eten.
Het is niet druk deze avond. Lange tijd zijn we de enige gasten. Later
komen er nog wat Nederlanders wat drinken die bij een groepsreis horen
en die ook in dit hotel verblijven. Rond een uur of tien vinden we het
welletjes en keren we terug naar onze kamer om nog even een aflevering
van CSI te kijken.
Donderdag 7 mei 2009: Ubud

Na het ontbijt van nasi met gebakken
ei, blijkt dat ze
bij Puri Garden geen kamer hebben voor vandaag. Dat hadden ze gisteren
al verteld, maar soms komt er dan toch nog wel wat vrij en kun je
alsnog blijven. Dit keer niet, dus we moeten op zoek naar een andere
slaapplaats. Er zijn in Ubud echt honderden plekken waar je
kunt
slapen, dus we maken ons niet bepaald ongerust. Ruim vijfhonderd meter
van Puri Garden, vinden we Sehati
Guesthouse. Ze hebben er leuke en
ruime huisjes in een fraaie tuin en ze zijn een stuk goedkoper dan Puri
Garden. Alleen het zwembad en de gratis wifi ontbreken, maar je kunt
niet alles hebben voor die prijs. Daarom lopen we gelijk terug naar ons
huidige hotel om nog een duik te nemen in het zwembad. Dat zijn we
echter al snel zat en we staan rond 11 uur weer op de stoep bij Sehati,
dit keer met alle bagage.
In de Lonely Planet staan enkele
wandelingen beschreven
die je kunt doen in de omgeving van Ubud. Wij kiezen de Monkey Forest
& Penestanan-route. Aangezien we al praktisch naast de Sacred
Monkey Forest Sanctuary zitten, zitten we al snel bij de
aapjes. Voor
15.000 Roepiah mag je een soort park in waar enkele honderden apen
zitten. Hoewel deze apen natuurlijk veel te tam zijn omdat ze door Jan
en alleman worden gevoerd en aangeraakt, blijven het leuke beesten om
naar te kijken. Een flink aantal apen heeft een baby-aapje en dat is
altijd leuk om te zien. Bij een mini-vijver zit een tiental apen flink
te ravotten. Ze klimmen in een boom die boven het water hangt en laten
zich dan in de vijver vallen. Een soort bommetjes, maar dan anders. Die
apen kunnen trouwens beter zwemmen dan je zou denken! Sommige mensen
zijn dommer dan de meeste apen hier. Een jongedame loopt met een
plastic zakje met nog maar één pinda een aap uit te dagen en natuurlijk
wint die aap dat. Die heeft dat al vele malen eerder meegemaakt.
Vervolgens laat ze de plastic zak gewoon op de grond liggen, zodat de
aap er heel gezond op kan kauwen. Een andere toerist gooit
koffiesnoepjes in papier naar de aapjes. Hoe dom kun je zijn?
We lopen in zuidelijke richting het
park uit en lopen
door Nyuh Kuning. Overal, niet alleen hier, zie je dat de
muren
rondom tuinen zijn opgetrokken in Hindu-stijl. In die tuinen staan
vervolgens allerlei Hindu-pilaren, beelden en andere versierselen. De
mensen nemen het hier erg serieus, want de hele dag door zie je mensen
kleine offers brengen. Vaak voor hun voordeur of poort om de boze
geesten buiten te houden, maar vanochtend legde iemand ook een mandje
met offergoed op de motorkap van de auto. Gisteren, tijdens de
overtocht van Gili Trawangan naar Bali, werd er tot drie maal toe zo’n
mandje in zee geworpen in de hoop op een veilige overtocht. We zijn
heelhuids aan de overkant gekomen, dus blijkbaar werkt het!
Een stukje verderop zitten allemaal
winkeltjes met
houtsnijwerk. Niet echt onze smaak, maar wel knap soms. Daarna duiken
we de rijstvelden in. Een leuk paadje waar we normaal nooit in zouden
zijn gegaan, levert een blik op het platteland op. En toeristen, die
zie je dan gelijk niet meer. Via Katik Lantang blijven we in
noordelijke richting lopen tot aan Penestanan.
Hier stikt het van de
art galleries en andere kunstwinkels. Het laatste stuk gaat wat op en
neer en dan staan we weer in hartje Ubud. Tijd om te lunchen en we eten
lekker bij Mumbul restaurant. Alleen de
gazpacho van Rob is niet te
pruimen. De soep is heel erg bitter en is of totaal mislukt of heeft te
lang in de koelkast gestaan. Uiteindelijk hoeven we de soep niet te
betalen. Netjes, zo hoort dat natuurlijk ook, hoewel er genoeg
restaurants zijn die het vervolgens gewoon op de rekening laten staan.
We nemen een iets andere route terug
naar onze kamer. Er
zit ook een massagesalon bij het hotel en dat lijkt ons wel wat. Het is
alweer een tijdje terug dat we gemasseerd zijn, eens kijken hoe een
“traditionele Balinese kruidenmassage” in zijn werk gaat. Ze doen eerst
allerlei voorbereidingen en terwijl ze daar mee bezig zijn laat Rob
zijn haar knippen door de jongedame die niet veel later Brigitte zal
masseren. Ze is nou niet bepaald een topkapster en de tondeuse waarmee
ze werkt hapert ook al aan alle kanten. Gelukkig is het eindresultaat
nog wel toonbaar door Rob’s relatief simpele kapsel, maar we kunnen
haar niet aanraden als je vandaag je trouwdag hebt of op de cover van
de Vogue dient te verschijnen. Je ziet het heel vaak in Azië,
massagesalons waar je ook geknipt kunt worden. In Nederland is dat niet
voor niets gescheiden, knippen is een vak apart.
De massage begint met het insmeren van
onderbenen en
armen met een kruidenprutje voor de doorbloeding en er wordt verse aloë
vera in ons haar gesmeerd. Even later worden onze voeten gewassen in
een teil warm water met bladeren uit de tuin. Voor het volgende
onderdeel leggen ze een limoen in het vuur en met de warmgeworden
limoen masseren ze je voeten. Vervolgens door naar de massagetafel voor
de gehele achterkant. We hadden nog specifiek om twee masseuses
gevraagd, maar dat verzoek is blijkbaar niet helemaal overgekomen. Rob
heeft namelijk een mannelijke masseur, maar met zijn rood geverfde
teennagels en hoge stemmetje is deze op en top homo net een vrouw. Voor
ze aan de voorzijde van het lichaam beginnen, krijgen we eerst nog even
een komkommerprutje op ons gezicht, een kruidensmurrie in de vorm van
iets te dunne poep op ons buik en wat warme bladeren op schouders,
enkels en knieën. Een paar minuten later gaat alles er al weer af. Wat
voor fantastische werking zou dit moeten hebben?
Na nog wat kneedwerk is het feest
voorbij en mogen we
gezellig samen (opgepropt) zitten in een badkuip vol warm
water met
bladeren en kruiden. Het eindigt in een bladergooiwedstrijd, maar ja,
wat wil je ook. Leuk om dit allemaal een keer mee te maken, maar de
volgende keer kiezen we weer gewoon voor een ouderwetse massage zonder
tierelantijntjes. We doen nog wat Sudoku’s en Brigitte sorteert de vele
apenfoto’s van vanochtend. Als de korte tropische namiddagbui zo goed
als verdwenen is, lopen we naar het centrum en we belanden per ongeluk
bij Arie’s Warung, naast het voetbalveld. Arie is een eigenaardige,
maar vriendelijke, al wat oudere man. Als we naar de menukaart kijken
die buiten staat, komt hij al aanlopen met een geplastificeerd
papiertje met daarop de mededeling dat de toch al beduidend
lager dan
gemiddelde prijzen "inclusief tax en service” zijn. Het ziet er
simpel, maar schoon uit. De loempia’s zijn 4500 Roepiah per stuk, net
iets meer dan 30 Eurocent. Die willen we wel proberen en onze niet al
te hooggespannen verwachtingen blijken onterecht. Het zijn de beste
loempia’s die we tot nu toe gegeten hebben buiten Nederland. De
hoofdgerechten zijn ook allemaal goed en er blijken geen addertjes
onder het gras te zitten qua prijzen. Voor de drie hoofdgerechten, twee
loempia’s en vijf drankjes zijn we in totaal 97.000 Roepiah kwijt, zo’n
7 Euro. Arie blijkt dan ook een topper qua prijs/kwaliteitverhouding.
Je kunt bij Arie ook een “patatje oorlog” krijgen als je daar zin in
hebt, maar dat doen we wel weer in Nederland.
Op onze kamer bekijken we nog de film
“The
International” en dat blijkt een vrij aardige actiefilm te zijn. Dan is
het mooi geweest en genieten we tot de volgende ochtend van ons twee
meter brede bamboehemelbed.
Vrijdag 8 mei 2009: Ubud

Nog voor het ontbijt doen we een wasje
en hangen we alles op een rek die we vervolgens buiten in het zonnetje
zetten. Dat moet haast vanavond wel droog zijn, is onze verwachting.
Het ontbijt zelf is niet heel erg bijzonder, maar wel oké. Wij zijn
geen grote liefhebbers van papaya en de fruitsalade bestaat alleen maar
uit papaya. Noem het dan papayasalade... Rob’s verzoek om het ei maar
aan één kant te bakken is ook al genegeerd. Er zijn ergere dingen op de
wereld zullen we maar denken.
Bij Perama Tours informeren we naar de
prijs en het tijdstip van de shuttlebus naar Lovina, een badplaats in
het noorden van Bali. Het moet 125.000 Roepiah p.p. kosten, inclusief
lunch en basic slaapplaats voor een nacht in Lovina. Als je geen
slaapplaats wilt, betaal je ook 125.000 Roepiah. Er lijkt niet zo heel
veel te beleven in Lovina op een zwart lavastrand na. We denken er nog
even over na. We maken vandaag wederom een wandeling, dit keer meer
naar enkele dorpjes ten oosten en noorden van Ubud. Eerst lopen we door
Peliatan
Village en daarna is het kilometers noordelijker Junjunga
Village. In het buitengebied is het een aaneenschakeling van
rijstvelden met langs de weg voornamelijk artistieke winkels.
Houtsnijwerk en schilderijen zijn de voornaamste producten die je hier
overal kunt kopen. Als je kunstliefhebber bent, is Ubud een paradijs.
Wij hebben niets nodig, dus wij genieten meer van het landschap.
Opvallend is hier het aantal vrouwen dat in de bouw werkt en dan hebben
we het niet over een kantoorfunctie, maar gewoon zand of stenen
scheppen of muren metselen. Dat zie je toch in Nederland eigenlijk
nooit.
Het is een behoorlijk eind en
duidelijk langer dan we vooraf dachten. De plattegrond die we hebben is
niet op schaal, dus een centimeter is soms maar 20 meter en soms wel
400 meter. Met de brandende zon erbij en het licht hellende terrein, is
het niet gek dat we niet veel andere wandelaars zien. Gelukkig lopen we
het laatste deel met de zon in onze rug en het terrein licht dalend.
Terug in Ubud doen we een mislukte onderhandelingspoging om een kilo
fruit te kopen. De verkoopster begon bij 80.000 Roepiah, wij bij
25.000. Rob vindt 30.000 meer dan zat, maar zij wil niet verder zakken
dan 40.000. Als we weglopen wordt het zelfs nog 35.000 en eigenlijk
hadden we natuurlijk niet moeilijk moeten doen over die 35 Eurocent
verschil en de boel voor die prijs alsnog mee moeten nemen. Ach ja,
onderhandelen over triviale zaken zal nooit onze grootste hobby worden,
zelfs niet na al die maanden reizen. We zijn er wel beduidend beter in
geworden, maar zijn toch erg gehecht aan de min of meer vaste prijzen
zoals we die in Nederland kennen. Dan betaal je altijd een hoge prijs,
maar je hoeft er tenminste niet over te onderhandelen.
De lunch gebruiken we bij Arie’s
Warung, waar we gisteren ook al lekker en goedkoop dineerden. We zijn
wat vroeg, want we hebben al snel trek gekregen van die drie uur
wandelen. We zijn dan ook de enige gasten op dat moment en dat betekent
wel dat je drie kwartier lang de praatgrage Arie naast je tafel hebt
staan, of je dat nu wilt of niet. Het eten is nu ook weer goed en met
een goed gevulde maag wandelen we het laatste stukje terug naar het
hotel. We wassen gelijk nog even onze kleren die helemaal nat zijn
geworden van het zweet en genieten daarna van het bankje op onze
veranda. Het lijkt er op dat er maar twee huisjes bezet zijn van de
stuk of acht die ze er hebben. Het is nu nog laagseizoen, wie weet gaat
het in juli en augustus beter.
De maand mei is in Bali een
overgangsmaand tussen de regentijd en de droge tijd. Meestal is het
overdag erg mooi weer en dan zo aan het einde van de middag volgt er
dan een korte, maar vrij intense bui. Vandaag komt de bui wat aan de
vroege kant, want om 14.30 uur vallen er al de nodige spetters. We
stellen de was veilig door het onder het afdakje te zetten en kijken
weer een film op ons bamboebed. Na al het gewandel van vanochtend doen
we rustig aan vanmiddag. Een kleine twee uur later hebben we Butterfly
Effect 3 achter de rug.
We bellen naar Nederland om de vader van Brigitte te feliciteren met
zijn verjaardag. Als we weer in Nederland zijn komen we snel langs om
het misgelopen gebakje alsnog op te eten! Bij een grillrestaurant gaat
Brigitte aan de spareribs en Rob neemt beef kebab. Het smaakt allemaal
prima en we kunnen er gelijk even internetten via de aangeboden wifi.
Zaterdag 9 mei 2009: Ubud – Sanur

Ons ontbijt nemen we iets eerder dan gebruikelijk, want
we moeten
ons rond 8.15 uur melden voor een korte busrit naar Sanur. We betalen
nog even de hotelrekening en dan lopen we in een paar minuten naar
Perama Tours. In de bus kletsen we wat met een Nederlands meisje dat
aan het rondtrekken is in Azië en vandaag een vriendin van het
vliegveld haalt die net in Nepal aan het trekken is geweest. Voor we
het weten zijn we al in Sanur, nog geen 40 minuten. We worden aan de
noordkant van het stadje gedropt. We willen naar Swastika
Bungalows om
te kijken of ze plek hebben. We hebben wel een adres, maar we weten
niet precies hoever het lopen is. We lopen eerst maar eens een stuk
over de smalle boulevard in zuidelijke richting.
Hoewel het nog vrij vroeg in de ochtend is, is het toch
al weer
flink warm als je in de volle zon en met bepakking loopt. Wat we
eigenlijk moeten doen is de eerste de beste bemo aanhouden en ons naar
het beoogde hotel laten brengen, maar we leren het ook nooit. Na ruim
een kwartier zijn we nat van het zweet en hebben we de straat bereikt
waar het hotel moet zitten. Die begint bij nummer 1 en wij moeten naar
128. En zo snel blijkt de nummering niet omhoog te gaan. Als er weer
een bemo transport aanbiedt, happen we eindelijk toe. Voor 75 Eurocent
samen worden wij met bagage een kilometer of twee verder de straat in
vervoerd. Waarschijnlijk had het vervoer ons net zo weinig
gekost
als we ons hadden laten vervoeren vanaf het punt waar we de bus
uit zijn gestapt en hebben we voor
niets een natte rug en voorhoofd. Voordeel is wel dat we al een beetje
een indruk
van Sanur hebben gekregen.
Ze blijken 80 kamers te hebben bij Swastika Bungalows,
meer dan wij
verwachtten. Wij willen
graag een kamer met tweepersoonsbed en dat kan. De kamer ziet er wel
aardig uit,
maar stinkt nog enorm naar de rook van de vorige bewoners. De jongedame
die ons rondleidt heeft nog
wel een andere kamer en die nemen we nadat we nog iets afdingen van de
prijs.De bedoeling is om de komende dagen vooral weinig te doen en dat
moet lukken zou je denken. Voor tienen liggen we al bij het vrij
aardige zwembad op een van de ligbedden. We hebben bewust een plekje
redelijk in de schaduw gekozen om te voorkomen dat de zon teveel vrij
spel heeft. Er is hier draadloos internet en even later doet de
server het weer en kunnen we naast het zwembad op ons laptopje
rondneuzen op
het wereldwijde web.
We lezen, puzzelen, internetten, zwemmen en smeren dat
het een lieve lust is. De lunch nemen we gemakshalve in het restaurant
van het hotel wat direct naast het zwembad is. Dat is geen succes
blijkt al snel. De loempiaatjes zijn moddervet en beroerd gevuld. We
vinden vier miertjes in de bijbehorende saus. De
hoofdgerechten
lijken ook al nergens op, dus dit is gelijk de laatste keer dat we hier
gegeten hebben. Wellicht op het ontbijt na, want dat is inclusief en we
blijven Nederlanders. We
gaan maar weer snel bij het zwembad liggen en verder met het pakken van
onze rust. Zo rond een uur of vier is het mooi geweest. We verruilen
onze zwemspullen voor normale kleding en wandelen een stukje
zuidelijker de straat in. Al snel houdt de bebouwing op
en draaien we om en lopen heel Danau Tamblingan af. Evenwijdig aan deze
straat duiken we een andere straat in en gelijk zie je nauwelijks meer
toeristen, maar alleen maar lokale bevolking. Als we links aanhouden
moeten we vanzelf weer op de straat uitkomen waar we begonnen zijn,
maar steeds als we er bijna denken te zijn, kunnen we niet verder naar
links en moeten we weer een stukje rechtdoor of zelfs terug naar
rechts.
Uiteindelijk komen we er natuurlijk wel, maar het duurt langer
dan we dachten.
Eindelijk terug op de hoofdstraat dineren we bij een
restaurantje niet ver van ons hotel. De gerechten daar zijn ook niet
bepaald culinair
hoogstandjes... Bij Hardy’s, een supermarkt waar minstens 75% van de
bezoekers toerist is, kopen we nog wat te drinken. We hebben een
koelkastje op onze kamer en die is superkoud dus daar leggen we wat
flessen is. De avond brengen we door op onze kamer. Filmpje, drankje,
helemaal goed.
Zondag 10 mei 2009: Sanur

Moederdag vandaag, maar weinig moeders in de buurt. Niet
dat we er
normaal veel aan doen, maar wie weet zien we ze vandaag nog on-line. Na
het ontbijt gaan we weer plat bij het bad en de eerstvolgende uren zijn
we in en rondom het water te vinden. Een Australische man begrijpt niet
helemaal hoe draadloos internet werkt en we praten hem even bij. De
volgende keer neemt hij toch maar zijn laptop mee. Thuis plugt hij
altijd de ethernetkabel in de laptop. Dat kan natuurlijk ook, maar
waarom koop je dan een laptop en geen desktop? Als we het zat zijn,
gaan we op zoek naar Joli. Dat moet een aardig tentje zijn waar we
moeten kunnen lunchen, maar we kunnen het niet vinden. We hebben het
exacte huisnummer ook niet meegenomen, dus dat vergemakkelijkt het
zoeken niet. Als we de hele straat zijn uitgelopen, hebben we het nog
niet gezien. Dan maar eten bij Japans restaurant Kabuki, ook
geen straf.
Onze Japanse kok die het eten voor ons neus klaarmaakt lijkt een
opleiding gehad te hebben als barman. Hij goochelt met de peper- en
zoutbus als ware hij Tom Cruise in de film “Cocktail”.
Terug in de hotelkamer hebben we via MSN contact met
zowel de ouders
van Rob als van Brigitte. Gezien de zes uur tijdverschil met Nederland
gaat contact maken op zondagen meestal het beste. We lezen en
internetten nog wat totdat we weer trek krijgen. We hebben gezien dat
er een “Cafetaria Amsterdam” zit in de hal bij Hardy’s supermarkt. Daar
hebben ze ook wat Nederlandse snacks en we gaan kijken of het wat is.
Het antwoord is simpel: Nee. We kiezen voor een frikadel en een
Kwekkeboom-kroket
(hier op de kaart en de rekening aangeduid als Kwkkrboom-kroket).
De frikadel is toch duidelijk anders dan in Nederland en veel
te vet. De
kroket lijkt in de verste verten niet op een Kwekkeboom-kroket. Veel
te zout, te groot, de buitenkant te licht, geen mooie ragout van
binnen, gewoon een zelfgemaakte
Indonesische kroket. We laten het maar bij deze twee snacks en gaan in
Nederland wel weer eens een fatsoenlijke snackbar in.
Na zo’n karig diner halen we nog maar wat toastjes met
beleg in de
supermarkt. Met een koud biertje erbij luisteren we via internet naar
de afloop van de eredivisie. We eten de toastjes op bed en hopen
maar dat er niet teveel kruimels tussen de lakens belanden.
Maandag 11 mei 2009: Sanur

Na een rustig weekend is het tijd voor een... rustige
maandag! Als we ’s morgens uit het raam kijken, zien we dat het regent.
Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Het hoort hier pas aan het einde
van de middag te gaan regenen, wat is dit nu? Na het ontbijt is het al
weer redelijk droog en we gaan eerst maar eens wat lezen en
internetten. Het zonnetje breekt al snel weer door, dus wordt het tijd
om de hotelkamer te verruilen voor de buitenlucht.
Eerst maar eens het hotel betalen voor de eerste drie
nachten en gelijk nog een nacht bijboeken. We betalen 1 miljoen Roepiah
voor drie nachten en Rob vraagt of we dezelfde prijs aan kunnen houden
voor de vierde nacht. Nee, dat kan niet. Ze kan ons echt niet lager dan
335.000 Roepiah per nacht aanbieden. Over die 11 Eurocent verschil in
prijs gaan wij natuurlijk niet moeilijk doen. We gaan weer op zoek naar
Joli en we weten nu het huisnummer: 65. Het blijkt van eigenaar en naam
te zijn veranderd. Het heet nu Honeymoon Café en we blijken er al
gegeten te hebben. Zo goed was ons eten hier niet, dus het is geen
verbetering. Behalve toen we een paar dagen geleden aankwamen, hebben
we nog niets van het strand gezien. Er blijken nog heel veel hotels
direct aan het strand te zitten. Het strand zelf is overigens niet zo
heel erg bijzonder. Het zand is niet wit en ook niet breed, maar je
kunt er wel goed vertoeven op een ligbed. Als we een stukje gelopen
hebben, zien we Bonsai Café Restaurant. Het is er gezellig druk en het
ziet er leuk uit met uitzicht op zee en Gunung
Anung, een flinke vulkaan hier op Bali. Onze nasi goreng en
saté met rijst zijn prima van smaak. Het is hier niet het goedkoopste
restaurant van Sanur, maar tot nu toe wel de beste van degene die we
geprobeerd hebben.
Hier op het strand is vliegeren populair. In Indonesië
zie je sowieso heel veel jongetjes met een vlieger aan de slag. Geen
idee waarom dat hier zoveel gedaan wordt, maar het is echt opvallend.
Er schijnt hier vlakbij Sanur, in Padang Galak, zelfs jaarlijks een
vliegerfestival te worden gehouden. Soms lijkt het vliegeren hier
gevaarlijk, omdat er veel bovengrondse electriciteitdraden zijn. We
hebben echter nog geen berichten in de krant gelezen over vliegerdoden,
dus het zal in de praktijk wel meevallen. Op de terugweg bestellen we
alvast voor morgenavond Babi Guling, geroosterd
speenvarken. Dat vereist wat voorbereiding, dus willen ze het graag een
dag vantevoren weten. We zien morgenavond wel of het wat is, maar het
lijkt ons erg lekker. Op Bali word je elke tien meter aangesproken door
iemand die “Taxi, transport?” roept en dan een sturende beweging maakt.
Er zit weinig anders op dan steeds maar weer vriendelijk “No, thank
you” te roepen en rustig door te lopen. Natuurlijk komt er dan wel
altijd de vraag achteraan “Maybe tomorrow?”. Taxi’s en bemo’s die
langsrijden toeteren ook allemaal even, ten teken dat ze beschikbaar
voor je zijn. Er rijden hier zoveel taxi’s dat je elke paar seconden
wel getoeter hoort. Het wordt tijd dat ze hier boetes gaan uitdelen
voor deze geluidsoverlast.
Het is nog prima weer als we weer terug zijn bij ons
hotel. Kunnen we mooi nog even bij het zwembad hangen tot we het zat
zijn. Nu het wat later op de middag is, is de zon niet zo fel meer en
is het een heerlijke temperatuur. De bewolking neemt echter ook toe en
als we weer op onze kamer zitten, giet het eventjes flink. Naast
Swastika Bungalows, waar wijverblijven, zit het Swastika Restaurant.
Daar gaan we een hapje eten en het is er zeker niet slecht. Vele malen
beter dan het beroerde Swastika II-restaurant, direct aan het zwembad.
Terug in onze kamer kijken we nog een aflevering van CSI voordat de
slaap het van ons wint.
Dinsdag 12 mei 2009: Sanur

Er staat voor vandaag een uitstapje naar Kuta op het
programma. Na al die dagen in en rondom het zwembad, wordt het tijd om
iets meer van het zuiden van Bali te zien. We ontbijten bij Café
Smorgås, een Zweeds eettentje waar je goede sandwiches, quiches en nog
wat andere dingen kunt krijgen. Voor herhaling vatbaar, zo blijkt. We
houden een lichtblauwe taxi van de Bluebird-groep aan en laten ons naar
Kuta brengen voor nog geen 60.000 Roepiah. De Bluebird-groep staat goed
bekend in Indonesië. Ze gebruiken altijd de meter, de chauffeurs zijn
vrij beschaafd en de taxi’s goed. Ruim twintig minuten later zijn we in
het zuiden van Kuta-centrum.
Kuta is, net als Sanur, een nogal langgerekte
kustplaats. Het staat bekend als party-plaats, een beetje het Salou van
Bali. We gaan maar eens met eigen ogen kijken of het vrij slechte imago
terecht is. Kuta is beduidend groter dan Sanur en de gemiddelde
leeftijd van de toeristen die er rondlopen is een stuk lager. Veel meer
flitsende surfjongens en –meisjes. Je ziet regelmatig scootertjes
voorbij rijden waar een speciale surfplankhouder op is gemonteerd.
Hoewel de lucht nogal donker is en het ieder moment dreigt te gaan
gieten, zijn op het strand nog redelijk wat ligbedden bezet.
We wandelen een flink eind door Kuta richting het
noorden. In 2002 en in 2005 zijn er bommen in Kuta ontploft die veel
doden hebben veroorzaakt. Met name de bommen van 12 oktober 2002 waren
dodelijk. Meer dan 200 mensen kwamen toen om het leven, waaronder veel
jonge Australiërs. Er blijken hierbij ook vier Nederlanders om het
leven te zijn gekomen, zo lezen we op een groot bord bij een monument
ter nagedachtenis aan de slachtoffers. Dat wisten wij eerlijk gezegd
niet. Inmiddels is het toerisme in Bali weer behoorlijk op gang gekomen.
Jalan Legian is een lange straat en een aaneenschakeling
van restaurants en vooral winkeltjes, heel veel winkeltjes. Vooral
sieraden van kraaltjes zijn hier volop te krijgen. Als je daar van
houdt, sla dan hier je slag. Als ze het hier niet hebben, hebben ze het
nergens. We lopen een paar kilometer richting Legian en uiteindelijk
slaan we weer linksaf richting de zee. Daar veel jongelui die het
bodyboarden onder de knie proberen te krijgen. Er zijn nogal wat
beginnelingen, maar zo nu en dan weet er iemand behoorlijk aardig
staande te blijven op een golf. Het lijkt ook niet gemakkelijk, maar
oefening baart kunst. Als we weer in het zuiden van Kuta aangekomen
zijn, voelen we de eerste spetters al. Voordat we de taxi terug naar
Sanur pakken, duiken we snel een restaurant in voor de lunch. Brigitte
bestelt een kokosnoot als drankje en krijgt een gigantisch exemplaar
voorgeschoteld. Er zit zoveel sap in dat Rob moet meehelpen om hem leeg
te krijgen. De mihoen goreng is best aardig, maar het belangrijkste is
dat we droog zitten terwijl het buiten opgehouden is met zachtjes
regenen. Het ziet er ook nadat we uitgegeten zijn niet uit alsof het
snel droog wordt, dus we lopen toch maar een klein stukje door de regen
voordat we weer een taxi aanhouden. De chauffeur daarvan gebruikt een
duidelijk langere en minder snelle route, maar uiteindelijk worden we
toch weer afgezet bij Swastika Bungalows. Kuta is erg toeristisch, maar
het lijkt ons geen straf er wat dagen te verblijven. Als je
bijvoorbeeld voor twee weken naar Bali gaat, kun je best een dag of
vier, vijf in Kuta zitten zonder dat je je verveelt. En als je van het
nacht- en strandleven houdt, dan is Kuta een topbestemming. Ga je puur
voor de zon en het zwembad of houd je juist meer van cultuur, dan
zouden wij het dichter bij huis zoeken.
Bij Bar & Restaurant Kalpatharu hebben we Babi
Guling besteld en om 19.30 uur worden we geacht aanwezig te zijn voor
het speenvarken. De regen is inmiddels gestopt, dus we komen droog
over. Hoewel de rest van de maaltijd niet echt bijzonder is met wat
rijst en wat boontjes, is het vlees van de gegrilde speenvarken
heerlijk. Een beetje vet natuurlijk, maar dat hoort. Goed gekruid,
mals, we hadden nog wel een bord met vlees gewild. Thuis drinken we nog
wat en dan is het mooi geweest voor vandaag.
Woensdag 13 mei 2009: Sanur
Na al het gewandel in Kuta gisteren, mogen we vandaag
weer relaxen.
De regen is verdwenen, het is een stralende dag. Al vlot na het ontbijt
liggen we op een van de ligbedden en pas voor de lunch komen we er weer
af. Café Smorgås is ons gisteren goed bevallen, dus daar komen we
vandaag weer terug. Als je goed werk levert, word je daar door ons voor
beloond. Rob gaat voor een broodje zalm en een stuk quiche, Brigitte
kiest voor de gepofte aardappels met een Mexicaans gehaktprutje erbij.
Ook nu smaakt het weer prima, dus wie weet worden we vaste bezoekers.
We moeten toch de komende dagen ook eten!
Het is onbewolkt vandaag en de zon brandt behoorlijk zo
rond een uur
of twee. Rob zweet zich het ongans, het is net een sauna. Als het
eenmaal half vier is geweest, is het weer aangenaam. Rond een uur of
zes is het hier donker en net daarvoor worden de muggen actief. Elke
namiddag komen ze vanuit het hotel bij je hotelkamer langs met een
spuitbus tegen de muggen. Als wij nog bij het zwembad liggen, gaan ze
hun gang maar, maar als we thuis zijn bedanken we ze vriendelijk. Het
is natuurlijk puur gif en daar zitten we niet zo op te wachten. Zo nu
en dan worden we wel geprikt. De muggen hier in Bali hebben merkwaardig
genoeg een voorliefde voor onze ruggen. Je kunt alleen zo moeilijk bij
die jeukende bulten!
Ons diner gebruiken we weer bij Bonsai Café Restaurant.
Het is wederom een van de weinige restaurants aan het strand waar het
druk is.
Blijkbaar doen ze iets beter dan de anderen, want tot nu toe is het
hier steeds druk. Misschien gewoon omdat ze een gevarieerde menukaart
en goed eten hebben?
Donderdag 14 mei 2009: Sanur
We zaten gisteren nog te dubben of we vandaag een auto
met chauffeur
zouden huren. We wilden dan naar het noorden van Bali om wat meer van
het eiland te zien. Uiteindelijk hebben we het niet gedaan. Het
vooruitzicht om bij het zwembad te kunnen liggen in het zonnetje, won
het van de andere mogelijkheid. Zolang we op Bali zitten, tot
zaterdagmiddag, moeten we maar gebruik maken van het mooie weer, het
lekkere zwembad en de rust die dat oplevert. Binnenkort hebben we Hong
Kong en Japan nog voor de boeg, dan heb je weer het stadse leven.
Het is wederom lekker weer, dus we nestelen ons weer bij
het
zwembad. Laptop, boeken, cryptogrammenboekje, Sudoku, we hebben alles
bij ons om ons de gehele ochtend te vermaken. En tussendoor natuurlijk
steeds even een douche en een plons in het bad. Voor we het weten is
het alweer lunchtijd. We hebben nog wat crackers en lekkere dingen voor
op die crackers over van eergisteravond, dus die eten we eerst maar
eens op i.p.v. weer buiten de deur te eten. We hebben nog zoveel dat we
het zelfs nu nog niet helemaal opkrijgen. Bij de Hardy’s-Supermarkt
halen we nog wat te drinken en vers fruit. De passievruchten zijn hier
veel groter dan in de Nederlandse supermarkten en ze kosten slechts een
fractie van wat wij gewend zijn bij de Albert Heijn. We moeten toch een
beetje aan de vitaminen denken!
Het lenskapje van ons (in september 2008 in Peru
gekochte)
Nikon-fototoestel wil sinds gisteren niet meer dicht. Hij fotografeert
nog prima en gaat wel aan en uit, maar de lens blijft dan onbeschermd.
Hij moet het nog wel een paar weken volhouden natuurlijk. Thuis willen
we een digitale spiegelreflexcamera kopen, dus wie weet gebruiken we
deze compacte camera dan nauwelijks meer. Voor nu hebben we echter geen
alternatief en we hopen niet dat we in Hong Kong of Japan alsnog een
nieuwe kleine camera moeten kopen. Het probleem met laten reparerenin
Nederland is dat de kosten daarvan al snel hoger worden dan de waarde
van het toestel. We hadden overigens van een Nikon-toestel iets meer
robuustheid verwacht. Misschien kunnen we in Hong Kong een fotozaakje
vinden waar ze hem voor weinig kunnen herstellen.
Na de lunch buiken we uit op de hotelkamer. Rob internet
nog even en
legt dan zijn hoofd even te rusten op zijn kussen. Als hij een tijdje
later weer wakker wordt, zegt Brigitte dat het 19.05 uur is. Echt waar?
Het blijkt een grap, maar het is alwel 17.05 uur geworden. Hopelijk
slaapt hij aankomende nacht goed nu hij een siësta heeft gehouden. We
kijken nog wat t.v. en gaan weer op zoek naar een aardig restaurantje.
Genoeg keus in de straat waar we zitten, maar bij veel restaurants zit
helemaal niemand, of slechts een handjevol mensen. Op Jalan Danau
Tamblingan 39 zit Made’s Bar & Restaurant en daar zit het wel
lekker vol. Dat overtuigt ons natuurlijk al deels en de menukaart die
we buiten bekijken geeft het laatste zetje. Het eten blijkt ook best
goed. De saté die je hier krijgt, krijg je opgediend boven een
mini-barbecue met nog gloeiend hete kooltjes. Zo blijft het vlees
lekker warm terwijl je eet. Je ziet dat hier wel vaker op Bali,
misschien een idee voor Nederlandse restaurants?!
Vrijdag 15 mei 2009: Sanur
Gisteravond deed het internet het weer eens niet en ook
vanochtend
lukt het niet om verbinding te krijgen. Het is al de derde keer deze
week, het zijn ook wel een beetje prutsers hier. Na het ontbijt maar
eens informeren. Het ontbijt is elke dag hetzelfde. Wat toast, wat
flauwe nasi of bami, wat fruit, een aangelengd vruchtensapje,een kopje
thee of koffie en je kunt een eitje laten bakken naar smaak. Iets meer
variatie en iets meer aandacht voor het eten zou geen kwaad kunnen
vinden wij. Er werken hier elke dag diverse mensen full-time in de tuin
en die ligt er dan ook prachtig bij. De keuken en het eetgedeelte naast
het zwembad zou net zoveel aandacht moeten krijgen. De kopjes hebben
allemaal theesporen onderin en worden dus gewoon niet goed afgewassen.
De kleedjes op de tafels zijn ronduit goor, waarom worden die niet
gewassen of desnoods vervangen als ze niet meer schoon te krijgen zijn?
Na het ontbijt gaat Rob eens informeren hoe het met het
Internet zit
en jawel hoor, ze zijn er mee bezig. Het lijkt een kwestie van “iets
resetten”, dus het moet snel weer werken is de verwachting die ook uit
blijkt te komen. Rob geeft gelijk even door dat het restaurant vies is
en dat ze daar eens wat aan moeten doen. Eens kijken of het
morgenochtend schoner, maar we hebben er weinig vertrouwen in eerlijk
gezegd. Als je niets zegt, gebeurt er sowieso niets denken we maar. Een
beetje liefde voor je vak zou toch mooi zijn.
Na het gebruikelijke ochtendje lezen, internetten,
puzzelen en
zwemmen, kleden we ons even fatsoenlijk aan voor de lunch bij Café
Smorgås. Ze hebben er goede lassies, vruchtenmilkshakes op basis van
yoghurt. Ook hun quiches zijn goed en de zalmlasagna die Rob bestelt,
is ook erg smakelijk. Om te dineren is het hier niks, maar ben je in
Sanur dan is dit een lekkere plek voor de lunch (vinden wij). Nog even
langs de Hardy’s supermarkt en daarboven zit nog een verdieping
goedkope kleding en nog een verdieping daarboven vind je allemaal
souvenirs. Het is ongelooflijk hoeveel personeel er rondloopt t.o.v.
het aantal klanten. Natuurlijk is personeel hier niet duur, maar om nou
25 jongedames in te huren om vijf toeristen te helpen, dat gaat wat ver
vinden wij. Efficiëntie is een woord dat waarschijnlijk niet in het
Indonesisch woordenboek staat. Blijkbaar zit er voldoende marge op de
artikelen om iedere maand toch weer ieders loon te betalen. Met 37.000
Roepiah helpen wij daar een handje aan mee.
De lucht begint steeds meer te betrekken, dus de middag
brengen we
niet bij het zwembad door, maar op onze kamer. Rob kan mooi het verslag
uitwerken en hij oriënteert zich al enige tijd op de nog aan te
schaffen digitale spiegelreflexcamera. Reviews van bodies en lenzen
lezen, prijzen vergelijken, gebruikerservaringen in forums bekijken.
Wat is er enorm veel op fotografiegebied te vinden op internet, niet te
geloven! We komen er vast wel uit zodra we weer in Nederland zijn.
Er zitten twee kleine gecko’s bij ons op de kamer. Ze
houden zich
schuil achter de airconditioner. Je hoort ze zo nu en dan kakelen tegen
elkaar. In onze Nederlandse slaapkamer hoeven we ze niet zo nodig te
hebben, maar in hotelkamers hebben we ze graag. Ze eten namelijk muggen
en andere vervelende insecten en ons laten ze met rust. Ze zijn voor
mensen volstrekt ongevaarlijk. Als je in de buurt komt, rennen ze zo
snel mogelijk weg en dat is dan wel weer een leuk gezicht.
Voor het avondeten blijven we dit keer erg dicht bij
huis. Direct naast ons hotelcomplex zit een klein restaurantje waar we
al dagenlang zien dat het ’s avonds druk is. Overdag lijkt het gesloten
te zijn. Als we er net zitten is de eerste indruk niet zo heel
positief. Een vies tafelkleedje, miertjes op tafel, een ober die wel
eens wat vriendelijker mag zijn en het is er bloedheet. Gelukkig
blijken ze er in de keuken wel wat van te kunnen, want het eten is goed
en dat is toch het allerbelangrijkste.
Zaterdag 16 mei 2009: Sanur (Bali) – Hong Kong
Onze vlucht naar Hong Kong gaat pas om 16.00 uur, dus we
hoeven ons niet erg te haasten deze ochtend. We moeten wel om 12.00 uur
onze kamer uit, maar dat is vrij gebruikelijk en verder geen probleem.
We pakken alvast het grootste gedeelte van onze spullen in en lopen dan
naar de overkant voor een ontbijtje bij Café Smorgås. Rob gaat dit keer
voor een Engels ontbijt met bonen in tomatensaus en worstjes erbij
terwijl Brigitte het houdt op fruit met yoghurt en muesli. En wat doe
je dan vervolgens als je nog een paar uur moet overbruggen? Dan maak je
nog een keer gebruik van het mooie weer en het aanwezige zwembad!
Net na elven zijn we uitgebadderd en pakken we de
laatste dingetjes in. Onze rugzakken stallen we tijdelijk bij de
receptie. Die pikken we zometeen wel op, eerst nog maar even naar
Bonsai Café Restaurant. Daar hebben ze zoals al eerder gezegd goed
eten, maar ook gratis internet met stroomaansluiting. We zoeken er nog
wat dingen uit over de Japanse Rail Pass. Met zo’n pas kun je vrij
goedkoop (voor Japanse begrippen) onbeperkt een periode gebruik makan
van de Japanse treinen. Koop je losse kaartjes in Japan zelf, dan ben
je veel duurder uit als je diverse treinreizen maakt en dat zijn wij
wel van plan. Deze pas moet je persé in het buitenland al aanschaffen,
in Japan kan het om de een of andere reden niet. Wij willen een pas
voor twee weken vervoer aanschaffen in Hong Kong.
Als het tijd wordt om naar het vliegveld van Denpasar te
gaan, willen we een Bluebird taxi aanhouden voor vervoer. Uiteraard
worden we weer door diverse mensen aangesproken die ons met hun eigen
auto willen wegbrengen “for a good price”. Een man ziet er wel
betrouwbaar uit en hij heeft een goede auto en inderdaad een
fatsoenlijke prijs, dus hij mag ons wel vervoeren. Het is druk op de
weg en we hebben nog wel even nodig om er te komen. Door de
bomaanslagen van enkele jaren geleden, is men op Bali erg voorzichtig
geworden. De veiligheidscontrole zit dan ook al voor de incheckbalies
en er staat een lange rij wachtenden. Wij schuiven ook maar aan en het
kost allemaal wel veel tijd, maar we vertrekken goed op tijd naar Hong
Kong.
Vanuit
Indonesië gingen wij naar Hong
Kong.
Ideeën voor Indonesië
|