  
Laos

Reisverslag: 16 - 29 maart 2009
Voor Laos waren wij in Thailand.
Maandag
16 maart 2009: Surin (Thailand) - Pakse (Laos)

Bij de grens van Laos moeten we wat formulieren invullen
en een
pasfoto en 35 Dollar
p.p. afgeven voor een visum. Het tarief verschilt een beetje
afhankelijk van welk
land je afkomstig bent. Kom je bijvoorbeeld uit België, dan is het 30
Dollar en een Canadees betaalt het meest: 42 Dollar. We weten niet
precies waar dit door komt. Ze zijn hier bij de Laotiaanse grens van 6
uur 's ochtends tot 6 uur 's avonds open, maar als je voor 8 uur of na
4 uur komt (en dat komen wij), dan betaal je ook nog 50 Thaise Baht
(ruim een Euro) p.p. aan "overwerkvergoeding". Haha, dat is toch een
schitterende regel?! Ach, het is hier een officiële regel en niet iets
wat ter plekke wordt bedacht door een corrupte ambtenaar. We betalen
die 100 Baht dan ook zonder morren en gaan probleemloos Laos binnen.
Drie kwartier laten staan we op het busstation van
Pakse. Een auto met twee banken achterop (een sawngthaew) brengt ons en
wat anderen naar het centrum. We laten ons afzetten bij het Sabaidy 2
Guesthouse. We hopen daar te kunnen slapen, maar hebben niet geboekt.
Het schijnt populair te zijn en dat blijkt ook wel, want er is geen
kamer beschikbaar. We lopen iets verder en worden aangesproken door een
Nederlandse jongedame op de fiets die vraagt of we onderdak zoeken. Ze
raadt ons Sedone River Guesthouse niet veel verderop aan, maar wij gaan
eerst kijken bij Hotel Sala Champa. Ze hebben er een ruime, schone
kamer. De prijs van 20 dollar is behoorlijk hoog voor Laotiaanse
begrippen, maar we hebben na de hele dag onderweg te zijn geen zin meer
om verder te zoeken en nemen de kamer.
Om de hoek eten we nog wat en drinken onze eerste
Beerlao, het nationale bier van Laos. Smaakt goed en is niet duur, maar
is verder niet bijzonder. De menukaart is hier grotendeels in het
Frans, wat niet zo gek is, want tot halverwege de vorige eeuw viel Laos
grotendeels onder Frankrijk. Zo kun je hier ook stokbrood krijgen (maar
de blauwe aderkaas hebben we nog niet gezien).
Dinsdag 17 maart 2009: Pakse

Na een ontbijt bij een Indiaas restaurant, gaan
we op zoek naar een geldautomaat. Gisteravond hebben we geprobeerd te
pinnen,
maar dat lukte niet. Met meerdere passen van meerdere rekeningen hebben
we het geprobeerd, maar tevergeefs. Hij blijft maar zeggen dat er
onvoldoende saldo op de rekening staat. Sterker nog, volgens de
pinautomaat staat er maar 54.000 Kip/Baht/Dollar op onze rekening.
54.000 Kip is nog geen 5 Euro, nou er staan echt nog wel miljoenen
Kipjes op onze rekeningen. Hoe dan ook, het lukte niet en vanochtend
hetzelfde verhaal. De BCEL-bank is nu open dus we gaan het eens binnen
vragen. Een behoorlijk goed Engels sprekende jongeman helpt ons. Hij
pleegt een belletje en laat nog wat navraag doen. Het antwoord is dat
er geen communicatie is met Maestro voor onze kaart. We moeten maar
contact opnemen met Maestro of met onze eigen bank. Nou, dit is de
eerste keer tijdens onze reis dat we dit probleem hebben dus we laten
het wel zitten. Wel vreemd.
Op onze credit card nemen we allebei een cash
advance. Je betaalt dan drie procent aan kosten, maar hebt wel gelijk
probleemloos geld in je handen. Nu kunnen we weer even vooruit. We
verkassen naar het Pakse
Hotel, 100 meter van ons huidige hotel. Schoon, modern en
gratis wifi (nou ja, bij de prijs inbegrepen is het eigenlijk meer).
Kijk, daar kun je ons
mee over de streep trekken! Rob gaat naar de kapper. Het is nog maar
een jong meisje wat hem knipt. Ze heeft geen tondeuse, dat hebben we
nog niet eerder meegemaakt. Ze moet het nog een beetje leren, zo lijkt
het. Een andere, wat oudere dame geeft nog wat aanwijzingen. Ach, het
resultaat is best goed en ze wassen hier tenminste na afloop je hoofd
en haar nog even. Dat zouden ze in Nederland ook eens moeten doen!
We boeken een tour voor morgen naar het Bolaven Plateau.
Dat is een wat hoger gelegen (en dus ook wat koeler) gebied
hier niet ver vandaan, vooral bekend om enkele watervallen en
koffieplantages. We zullen het morgen wel zien. De lunch gebruiken we
bij een lokaal tentje met een ijskoude kokosnoot erbij, heerlijk! Wat
zullen we dat gaan missen in Nederland. Terug in het hotel maakt
Brigitte gebruik van het draadloze internet en Rob werkt het verslag
bij.
Tegenover het hotel zitten meerdere
massagetentjes. Bij een van deze laten we ons vertroetelen. Brigitte
een voet- en
gezichtsmasage en Rob een Laotiaanse bodymassage met kruiden. Heerlijk
om zo even onder handen genomen te worden. Helemaal relaxed eten we wat
bij het restaurant van het hotel. Dat zit op het dak van het hotel,
bovenop de 6e verdieping en daarom hebben we een aardig uitzicht over
Pakse en omgeving.
Woensdag 18 maart 2009: Pakse

Na het licht teleurstellende ontbijt in het hotel melden
we ons bij Sedone.
Dat zit op nog geen twintig meter van het hotel, een makkie dus. Het is
een echt familiebedrijfje. Mister Somphavanh (Som voor vrienden zoals
wij) verkoopt tickets voor bus en vliegtuig en heeft een mooie
Toyota-bus die je kunt huren en waarin hij ook enkele tours verzorgt.
Zijn zus doet een internetcafé en er is ook nog een restaurant en
winkeltje wat erbij hoort, alles in hetzelfde pand.
We zijn de enige twee deelnemers aan de tour, we hadden
ook niet anders verwacht. Als we Pakse uitrijden en de nieuw
aangelegde, goed geasfalteerde weg 23 naar het oosten op zijn, valt
direct op dat allerlei auto's en scooters tegen het verkeer in rijden.
Aan de andere kant van de middenberm zijn namelijk ook twee banen
richting Pakse. Volgens Som (die redelijk Engels spreekt, vergeleken
met de meeste mensen uit Laos zelfs heel goed) snappen de mensen het
niet precies dat ze aan de andere kant moeten rijden en schijnt zelfs
de politie zich er aan te bezondigen. Volgens ons snapt iedereen het
prima, maar hebben veel mensen er gewoon schijt aan. Je moet dus op
eenrichtingswegen niet denken dat je zomaar links kunt gaan rijden. Om
van alle loslopende koeien, geiten en honden waar je omheen moet
slalommen maar te zwijgen.
Een stukje verder, op de hoek met weg naar het
noorden, stoppen we bij wat stalletjes. We kopen er verse jackfruit en
wat mandarijnen. Ook aan de vitaminen moet worden gedacht tijdens een
wereldreis, anders takelen we af en dat is natuurlijk niet de
bedoeling! Een kilometer of twintig weg 20 op en we komen bij Pha Suam.
Daar zit een watervalletje en een traditioneel dorpje. En met
traditioneel bedoelen we ook echt traditioneel. Het lijkt hier wel een
openluchtmuseum waar mensen doen alsof het nog het jaar 1738 is. Toch
komt het niet zo nep over als we vrezen. Een man neemt een paar goede
hijsen aan zijn pijp en tokkelt vervolgens op een zelfgemaakte houten
gitaar. We zien vrouwen kleding weven en een man zaagt bamboe om
spelletjes van te maken. Niemand vraagt om geld of probeert je echt
iets te slijten.
Even verderop is een klein resort neergezet een jaar of
tien terug. Stel je er niet al te veel luxe bij voor... Vanaf een
houten brug gooien we vissenvoer naar beneden en zien de vissen er voor
vechten. Hier is ook een waterval die er best aardig uitziet. Ze hebben
stroomopwaarts wat wijzigingen aangebracht waardoor een lullig
watervalletje is omgetoverd in iets moois. Een verbetering wat ons
betreft. Na een vruchtenshake rijden we terug naar weg 23 en gaan we
stijgen. Het heet niet voor niet het Bolaven Plateau (max. 1300 meter).
Zo'n beetje alle koffie van Laos komt uit deze regio en
ook nog wat thee. Franse kolonisten zijn er in 1915 mee begonnen,
vooral Arabica-bonen. Tegenwoordig oogst men een kleine 20 ton per
jaar, vooral Robusta-bonen. Langs de weg zie je vrijwel alleen koffie-
en theeplantages (waar we er een van bezoeken, niet erg boeiend...) en
datura's. Overal datura's, van die trompetbloemen. Gele en witte, het
stikt er van. Blijkbaar is het gematigde klimaat en redelijk wat regen
perfect voor datura's.
Bij de volgende waterval, Tad Fane, eten we een
noedelsoep en schieten we wat plaatjes. De mooiste waterval van de dag
ligt niet veel verder. Het is Tad Yuang en net als bij Pha Suam
bedraagt de toegang 5000 Kip, net geen halve Euro. Het meestgebruikte
biljet in Laos is 20000 Kip. Als je dus zoals wij 150 Dollar omwisselt
en je iets van 1,25 miljoen Kip krijgt, begrijp je dat je gelijk met
een dikke portemonnee rondloopt terwijl de waarde beperkt is. Als je
geld wilt wisselen in Pakse, ga dan de BCEL-bank in. Daar is de koers
het beste, nog een tikje beter dan in het gebouwtje net voor de bank
wat er bij lijkt te horen. In de stad zitten ook diverse
wisselkantoortjes en ook hotels willen graag wisselen, maar daar is de
koers beduidend slechter en, met name bij hotels, ronduit beroerd. Zo
wisselt ons hotel met 8000 Kip voor een Dollar, de bank geeft 8600. Dan
lopen we we even twee straten naar de bank!
Als we wat foto's hebben gemaakt van Tad Yuang, hopen we
in de stroompjes bovenaan de waterval te kunnen zwemmen. Dat kan ook,
maar het is rotsachtig, ondiep en het ziet er gewoon niet uit als een
aantrekkelijk bad. We eten het restant van onze jackfruit wel op i.p.v.
te gaan zwemmen. Het begint te regenen, dat heb je hier vaak. Goede
reden om terug naar Pakse te rijden. Daar lopen we nog even met Som
over de markt. De Voedsel- en warenautoriteiten zouden hier handen en
voeten tekort komen! Net als in Cambodja ligt vlees en vis hier open en
bloot terwijl het 30 graden is, brommers voortdurend voorbij rijden,
vuilnis rondom ligt en iedereen alles met de handen pakt om te keuren
en weer terug legt als het niet bevalt. De vliegen bevalt het in ieder
geval prima! De restaurantjes waar wij eten, halen hun vlees en vis ook
hiervandaan. Maar niet teveel aan denken...
Rob geeft Som nog wat tips om zijn website te verbeteren
en hij gaat gelijk aan de slag. We regelen kaartjes voor de bus van
morgen naar Don Khong en dan gaan we weer op het dak van ons hotel
zitten. We hopen op een mooie zonsondergang, maar door wat bewolking
valt dat wat tegen. Brigitte kiest voor gegrild varkensvlees in kruiden
(pittig!) en Rob neemt een curry met kipfilet. Normaal bestel je er dan
apart rijst bij, maar wij willen graag glasnoedels. Daar begrijpt de
serveerder niets van. Dat kan niet volgens hem. Maar ze hebben wel
gewoon gerechten met glasnoedels. Nou vooruit, hoofdschuddend zal hij
aan de keuken vragen of het kan. Hoe moeilijk kan het zijn?
Uiteindelijk krijgen we gewoon een bord met gekookte glasnoedels,
helemaal goed. De ober komt nog even melden dat men dit niet kent in
Laos en we bedanken hem hartelijk voor de moeite. Op de hotelkamer kijken we nog wat film en het journaal
van gisteravond en dan leggen we onze hoofden op de kussens voor onze
laatste nacht in Pakse.
Donderdag 19 maart 2009: Pakse - Don Khong
(4000 Islands)

Voor de wekker zijn we al wakker en dus kunnen we extra
rustig aan doen voor we om 8 uur met een busje naar Don Khong gebracht
worden. Het gebruikelijke ritueel van wassen, spullen inpakken en
ontbijten. Rob wil nog wat Dollars omwisselen in Kip voordat we
weggaan. De bank zit uiteraard nog dicht, maar om half acht is een
geldwisselkantoortje tegenover het hotel opengegaan. De koers is iets
minder goed dan bij de bank, maar acceptabel en zeer waarschijnlijk
beter dan op Don Khong. Rob wil wisselen, maar de kassier staat onder
de douche. "Kom zo maar terug". Haha, dit is Laos, geen Nederland. Als
we bijna weg moeten probeert Rob het nogmaals, maar waarschijnlijk is
hij nog aan het afdrogen. De zus van Som wil graag tegen dezelfde koers
met Rob wisselen. Dat lijkt ons prima, dan hebben wij weer een
voorraadje Kip en zij verdient weer een kleine twee Euro. Niet slecht
voor iemand uit Laos!
De bus brengt ons met nog zes anderen in twee uur tijd
naar de kade tegenover Muang Kong, het belangrijkste dorp aan de
oostkant van Don Khong. Een bootje brengt ons naar de overkant waar we
terecht komen in een goede kamer bij Pon's River Guesthouse. Er is niet
al teveel spectaculairs te doen hier. Er zijn wat tempels, wat gebouwen
uit de Franse koloniale tijd en 19 dorpjes verspreid over 24 kilometer
van noord naar zuid en maximaal 8 kilometer van west naar oost. Dit is
vooral een plek om te relaxen en om per fiets rondom het eiland te
gaan. Vandaag doen we het relaxen, morgen het fietsen.
We lopen wat rond met mooie uitzichten op de Mekong. We
zitten hier diep in het zuiden van Laos, net boven het noorden van
Cambodja. Bij een restaurantje op de hoek gebruiken we de lunch. Ook
hier proberen we af te wijken van het menu: kansloos! We willen graag
de noedels met groente, maar dan graag ook kip erbij. Dat konden we die
mevrouw niet duidelijk maken. Nou ja, neem dat haar eens kwalijk. Zeer
waarschijnlijk maximaal tot haar twaalfde naar school geweest en nog
nooit Engels onderwezen gekregen. En dan wil zo'n maf Nederlands stel
iets wat niet op de kaart staat. Gewoon aanwijzen welk gerecht je wil
en verder geen rare dingen vragen!
Rob is in slaap gevallen bij het lezen op bed. Dat geeft
Brigitte mooi de gelegenheid de film van gisteren af te kijken. Iets
met pratende honden in Beverly Hills waar Rob toch niets aan vond. Als
Rob weer ontwaakt is, gaat hij aan de slag met het verslag en luisteren
we nog wat muziek. We doen duidelijk wat we moeten doen: relaxen!
Het schemert al als we tegenover het hotel aan het water
gaan zitten. Het hotel heeft ook een restaurant dus we kunnen hier aan
de Mekong wat drinken en vervolgens wat eten terwijl we wat lezen.
Naarmate het donkerder wordt, komen er meer en meer kleine vliegjes af
op de verlichting die ophangt. Ze vliegen ook in je glas en als we wat
later aan de Pad Thai zitten, landen ze ook regelmatig op ons bord.
Niet zo prettig en fris wat ons betreft en we eten dan ook snel alles
op en nemen nog wat te drinken mee naar onze kamer. Vanavond staat de
film “Bedtime stories” met Adam Sandler in de hoofdrol op het programma
op onze laptop. Ach, als je er niet te veel van verwacht is het geen al
te slechte film zullen we maar zeggen. Als de film er op zit en de
tanden gepoetst zijn, gaan we onder i.p.v. op de lakens liggen.
Vrijdag 20 maart 2009: Dong Khong (4000
Islands)

Al vroeg worden we wakker van de regen en het onweer. We
willen vandaag gaan fietsen, dat moeten we natuurlijk niet hebben!
Gelukkig is het nog vroeg en als het half tien is en we ontbeten hebben
in het hotel, is het helemaal droog geworden en trekt de lucht steeds
verder open. Kunnen we toch droog op pad, dat zien we graag. Bij de
buren huren we twee fietsen en als de banden wat zijn bijgepompt,
rijden we noordwaarts. De weg is vrij goed. Overal geasfalteerd, maar
wel op veel plekken kuilen. Een beetje blijven opletten dus. De weg
loopt helemaal rondom het eiland en volgt de rivierlijn langs de Mekong
hoewel je daar meestal geen uitzicht op hebt vanaf de weg. Voor het
overgrote deel bestaat Dong Khong uit rijstvelden en bij veel huizen
(of wat daar voor door moet gaan) lopen een of meerdere koeien. Wat wel
opvallend is, zijn de enorme schotels die bij de huisjes/hutjes staan.
Je ziet hier niet zoals in Nederland hele akkers vol moet honderden
koeien, meer wat losse koeien of af en toe een handje vol. Ook veel
kippen trouwens, regelmatig moeten we om die beesten slalommen met de
fiets.
De iets oudere kinderen zitten net als in Nederland op
school, maar overal zwaaien de jongere kinderen naar ons en vaak roepen
ze dan “sawadee”, wat “hallo” betekent. Je schrijft het anders, maar
het schrift hier is net als in Thailand niet te ontcijferen. Vele
tientallen keren betekent dat “sawadee” terugroepen en vrolijk
terugzwaaien. Het blijft leuk. Van Muang Kong fietsen we tegen de klok
in naar Ban Kong en vervolgens door, bijna naar het noordelijkste punt
bij Ban Hua Khong Laem. Daar draaien we de westkant van het eiland op
en dalen we via Ban Hua Khong af naar de tweede grotere plaats op het
eiland: Muang Saen. Dan is het nog een half uurtje terug naar het
startpunt waar we ons tracteren op ijsthee, cola en een bord rijst met
kip en groenten. Toch een kleine drie uur in de weer geweest en Don
Khong verkent. De rest van de dag gunnen we onszelf vrijaf. Eerst het
stof en het zweet van ons afdouchen en vervolgens een beetje lezen,
crypto๋n en muziek luisteren.
Aan het einde van de middag verlaten we onze
geairconditioneerde kamer en nemen we plaats op het terras tegenover
het hotel. Het is een drukte van belang in en op de Mekong. Mensen zijn
aan het vissen, kinderen aan het zwemmen en zelfs koeien zoeken
verkoeling in het water. We bestellen ons eten nog voor het donker
wordt om te voorkomen dat we weer erg lastig gevallen worden door vele
kleine vliegjes die ons bord als landingsbaan (en tevens laatste
rustplaats) willen gebruiken. Rob’s “spicey chicken with stickey rice”
bevalt erg goed, de nasi van Brigitte is goed, maar mist een beetje
pit. Uiteindelijk nemen we nog wat te drinken mee naar onze kamer waar
Brigitte op de laptop drie virtuele tegenstanders probeert te verslaan
met hartenjagen. Helaas, dat lukt niet ondanks een goede start. We
dompelen ons nog even in het boek CSS Web Design for Dummies. Wel
leerzaam aangezien onze kennis van CSS nog zeer beperkt is. Jammer dat
de voorbeelden niet in alle gevallen werken, ondanks de belofte van de
auteur dat “Each of them works. They’ve been thoroughly tested”.
Zaterdag 21 maart 2009: Don Khong - Don
Det (4000 Islands)

Don Det is vandaag ons doel. Een eiland van maar een
paar kilometer bij een paar kilometer op anderhalf uur varen ten zuiden
van Don Khong. Het schijnt het "feesteiland" van de 4000 eilanden te
zijn, vooral aan de noordkant van het eiland. Een backpackersnest waar
het feest tot in de kleine uurtjes doorgaat. We zullen zien of dat zo
is en of het ook een plek is die bij ons past.
Het regent een beetje onderweg, maar de boot heeft een
plastic zeil als dak, dus wij, de andere zes passagiers en onze baggage
blijven zo goed als droog. Een normale buitenboordmotor hebben ze hier
niet. Daar is het hier te ondiep voor. De schroef zit aan een lange
stang en gaat maar tien, twintig centimeter het water in. De meeste
guesthouses zitten hier aan de noordoostkant van het eiland, maar als
je naar het westen gaat vind je er ook nog meer dan genoeg. Het zijn
vrijwel allemaal dezelfde soort hutjes: van hout of gevlochten riet,
een bed erin en dat is het wel. Bijna geen enkele plek heeft een eigen
badkamer. Het is hier allemaal een stuk simpeler dan op Don Khong. De
prijs is overal zo'n 30.000 Kip, nog geen drie Euro. Electriciteit is
er niet (lijkt overigens wel in aanleg), maar er zijn soms wel aggregaten die
alleen 's avonds aangaan.
Wij komen terecht bij Mr. Man in een simpele, maar op
het oog vrij schone hut direct aan de Mekong. Het uitzicht is fraai, de
weg (nou ja, het pad) modderig na de regenval van vanmorgen. Eigenlijk
is er op het eiland helemaal niets te doen. Je kunt Beerlao, het
nationale, goed drinkbare bier van Laos, of Lao Lao, de ultragoedkope
whiskey uit Laos, drinken, in je hangmat liggen, je met de stroom van
de Mekong mee laten voeren op de binnenband van een vrachtauto en...
nou ja, dat is het wel zo'n beetje. Het is onbegrijpelijk dat dit
eiland zo populair is. De omgeving is idyllisch, maar niet heel anders
dan op andere plekken in de omgeving, maar verder? Het moet het
nachtleven zijn, want de gemiddelde leeftijd ligt hier op begin twintig
schatten we.
Wij doen maar een beetje mee met het relaxen. Nadat we
de noordwestkant te voet hebben verkend en de lunch hebben gebruikt,
lezen we een tijdje in onze hangmatten. We hebben uiticht op de Mekong
en zien vrouwen de was doen en jongens vissen en zwemmen. Het weer
klaart elk uur een beetje meer op. Dat is gunstig, want we hebben onze
was afgegeven en in de zon is dat een stuk sneller droog dan met
bewolking. Zullen ze onze kleding ook in de Mekong wassen? Het zou ons
niet verbazen, sterker nog, het zou ons verbazen als dat niet het geval
is. Ach, als het eindresultaat maar goed is.
Om vier uur gaan we de gezelligheid opzoeken. Fout! Veel
te vroeg natuurlijk... Er zitten nauwelijks mensen in de
restaurant/bars. Waarschijnlijk is het om dezelfde tijd 's nachts
drukker. Na een drankje gaan we maar weer terug naar onze hut. We kopen
een koude Beerlao, proosten op de jarige zus van Brigitte en bereiden
het verslag en foto's voor t.b.v. de e-mail.
Het internet is hier sneller dan gedacht en de pc's
zijn ook vrij modern. Rob's pc wemelt werkelijk van de virussen. Elke
paar seconden geeft de pc de melding dat hij een virus heeft gevonden.
Ook onze USB-stick is in no-time besmet, maar dat verhelpen we later
wel weer op onze laptop. Richard kan de website weer bijwerken met ons
laatste nieuws en foto's.
We eten weer in hetzelfde restaurant van Mr. Mo waar
we de lunch gebruikt hebben. Waarom ook niet, het eten was goed
vanmiddag. Er brandt licht en in het donker heeft dat een enorme
aantrekkingskracht op vliegjes en ander gespuis. Met vele honderden
tegelijk cirkelen ze rond de peertjes en een tl-buis. Wel grappig: als
men de blender gebruikt om een shake te maken, gaat de verlichting
tijdelijk beduidend minder branden. Het blijft een aggregaat
met beperkt vermogen.
Het lukt ons na het eten om per Skype de zus van
Brigitte te bellen. Er is een Duitstalige Skype geïnstalleerd, zeer
waarschijnlijk door een toerist en we slaan ons dapper door het anrufen
en abbrechen heen. Bij onze hut drinken we nog wat terwijl de Barenaked
Ladies uit de luidsprekers van onze laptop komt. Terwijl menig
backpacker zich opmaakt om te gaan stappen (in de populaire
reggae-bar?), kruipen wij in onze zijden slaaphoezen. Dat is warm
genoeg hier, want er is geen airco of ventilator.
Zondag 22 maart 2009: Don Det (4000
Islands) - Pakse - Vientiane
We hebben Don Det wel gezien en we gaan dan ook terug
per boot en minibus naar Pakse. Daarvandaan willen we vanavond de
nachtbus naar de hoofdstad Vientiane nemen waar we dan maandagochtend
vroeg verwachten aan te komen.
Overal moet je hier je schoenen uit doen, dat is zo
de gewoonte hier. Ga je een restaurant in: schoenen uit. Geen probleem,
maar ook in de gezamenlijke douche en toilet verlangt men dat. Niet
zo'n punt natuurlijk, als de vloer dan ook lekker schoon zou zijn. Ze
hebben hier geen pot, maar een gat waar je boven moet gaan staan of
hangen afhankelijk van je geslacht en behoefte. En na afloop uit een
grote emmer wat water scheppen met een plastic kommetje om de boel weg
te spoelen. De vloer is dus bepaald niet schoon, zeker niet laat op de
avond. Nou ja, behalve wat champignonnetjes tussen je tenen, loop je
waarschijnlijk niets ernstigs op. In ieder geval geen blijvend letsel.
Na het ontbijt wandelen we nog even wat naar de
noordwestkant. Kinderen spelen er een "slipperspel". Het ene team gooit
slippers naar de benen van het andere team. Word je geraakt, dan ben je
af. Tijdelijk, zo lijkt het. Gooien ze mis dan probeer je een slipper
om een stok heen te doen voordat er weer een slipper naar je gesmeten
wordt. We dachten eerst dat kinderen ruzie aan het maken waren, maar
het blijkt gewoon een spel. Op leven en dood, dat wel! Het is weer eens
wat anders dan "stand in de mand" of "stoepen". Dat laatste
is hier toch niet mogelijk bij gebrek aan stoep.
Even voor elven staan we met bagage aan de noordzijde
van Don Det en worden we naar het vasteland gebracht. Ons busje is er
nog niet, dus eerst even een drankje in de schaduw. Net voor twaalven
vertrekken we met veertien passagiers riching Pakse. De airco doet het,
maar de vloerverwarming staat per ongeluk ook aan. Een Fransman voor
ons vraagt aan de chauffeur of de verwarming uit kan, want hij heeft
het erg "ot". Fransen die de h niet uit kunnen spreken, haha. Het lijkt
wel Allo Allo!
We worden in het centrum afgezet bij het kantoor van
Pakse Travel. Daar laten we de grote rugzakken in goed vertrouwen
achter en we kopen er twee tickets voor de nachtbus naar Vientiane. Als
het goed is kunnen we echt liggen, we zijn benieuwd! We eten noodles
bij een restaurant en gaan dan in de lobby van het Pakse Hotel zitten.
Daar kunnen we in de koelte van de airco zitten, wat drinken en
ondertussen gratis gebruik maken van de draadloze internetverbinding
(want we hebben het wachtwoord nog).
Na enige tijd verkassen we naar het dakterras dat
vanaf 16 uur geopend is. Daar drinken en internetten we nog wat en we
gebruiken er ook het diner, want onze bus vertrekt pas om 20 uur en
daar zit geen avondeten bij.
Brigitte bestelt een gerecht met glasnoedels. De
glasnoedels zijn op in een land als Laos?! Wie regelt hier de inkoop en
voorraad? Op Don Det zou dat niet gebeuren. Als je daar iets bestelt en
het is er niet, dan pakken ze de brommer en halen ze het ergens. Ook
niet altijd erg efficiënt, maar wel klantvriendelijk en ondernemend.
Vanaf Pakse Travel worden we per tuk-tuk naar het
busstation gebracht.
De bus staat er al en onze grote rugzakken kunnen er al in. De
passagiers moeten nog tien minuten wachten, maar dan kan iedereen zijn
bed opzoeken. We hebben nog nooit in een bus gezeten (nee, gelegen)
waar je een echt bed hebt. We liggen boven, met ons hoofd voor de
voeten van een Laotiaan en onze voeten weer voor de hoofden
van een Duits stel. Het is best een aardig bed, alleen had het 15
centimeter langer mogen zijn van Rob die alleen in de foetushouding kan
liggen. Maar het is veel beter dan hangend slapen in een stoel terwijl
je je voeten niet kwijt kunt. Goede keuze zo'n slaapbus. Waarom hebben
ze dat in andere landen niet als optie? Met een voor westerlingen
onbegrijpelijke Aziatische film op de achtergrond dommelen we weg.
Maandag 23 maart 2009: Vientiane

Het was niet een nacht waarin we het meest geslapen
hebben van alle nachten, maar toch hebben we de nodige uurtjes mee
kunnen pakken. Het bleef verbazingwekkend stil tussen 22.30 en 05.30
uur en toen was het nog maar drie kwartier tot het zuidelijke
busstation van Vientiane. Met een jumo laten we ons naar Mali Namphu
Guest House in het centrum vervoeren. Ze staan goed
aangeschreven en,
waarschijnlijk daarom, zijn vol. Als we bedenken welk volgende hostel
we gaan proberen, blijkt er misschien toch een kamer te zijn. Over een
uur weet hij het.
Dat geeft ons mooi de tijd om te ontbijten bij JoMa
Bakery Café. Ze
hebben een nogal westers geöriënteerd menu (alleen maar in het Engels,
dat zegt genoeg) en er zitten dan ook vrijwel alleen expats en
toeristen. Rob is helemaal gelukkig met zijn Latté. Wat een heerlijke
bak koffie. Hem zien ze morgenochtend wel weer en Brigitte zal niet
tegensputteren want haar quiche was ook prima.
We kunnen terecht bij Mali Namphu en nadat we onze kamer
in mogen, nemen we eerst een verfrissende douche. Daar knapt een mens
van op! Het
hotel regelt voor ons tegen betaling een visum voor Vietnam. Hoeven wij
niet naar de Vietnamese ambassade, zij regelen het allemaal. Einde van
de middag krijgen we ons paspoort met visum terug als alles goed gaat.
Wij gaan te voet op pad en weten zowaar 1,5 miljoen Kip te krijgen uit
een pinautomaat van de ANZ-bank op Th. Lan Xang. Je kunt er maximaal 2
miljoen Kip pinnen met je normale Nederlandse bankpas met Maestro-logo
en dat is vrij bijzonder. Meestal lukt pinnen namelijk helemaal niet,
ondanks dat er een Maestro en/of Cirrus-sticker op de ATM zit geplakt
en als het wel lukt is de maximum-opname 700.000 Kip. De kosten bij de
ANZ-bank bedragen 20.000 Kip bovenop de kosten die je eigen bank je
wellicht in rekening brengt voor pinnen in het buitenland.
Niet ver van de ANZ-bank zit Patuxai, Vientiane's meest
prominente monument. Het is in 1962 gemaakt van cement dat bedoeld was
voor een
nieuw vliegveld. Het schijnt dan ook wel eens de verticale startbaan
genoemd te worden, hoewel het in niets daarop lijkt, hooguit in
lelijkheid. Het staat zelfs op het monument dat het er uit ziet als een
betonnen monster. Zo erg is het nu ook weer niet wat ons betreft, maar
de staat van onderhoud geeft wel aan dat het gebouw weinig liefde
krijgt. Een veegbeurt en een likje verf zou al wonderen doen. Het park
wat er aan grenst is daarentegen wel goed onderhouden.
We bezoeken de plaatselijke VVV en wandelen via de Talat
Sao Mall naar
That Dam, een vrij zwarte met wat gras overgroeide stupa. In een
restaurant daar vrijwel direct naast gaan we aan de rijst met kip en
groenten. Bij Green
Discovery boeken we voor morgen een ééndagstour naar Phu Khao
Khuay National
Park. Als het goed is gaan er nog drie anderen mee. De zon schijnt
inmiddels onbarmhartig, dus we gaan even lekker wat lezen in de schaduw
in de binnentuin van het hotel.
Dinsdag 24 maart 2009: Vientiane


Eerst weer naar Joma voor yoghurt met fruit en honing en
een focacia met een Latté, heerlijk! Terug bij het hotel worden we al
snel opgehaald voor onze tour. De drie andere toeristen komen uit
Alberta, Canada. Gids Sam spreekt heel aardig Engels. Het is twee uur
rijden naar Phu Khao Khuay National Park en dat is inclusief stops voor
water, benzine, houtskool en een politiecontrole. De dag bestaat uit
vier onderdelen: mountainbiken, zwemmen en lunchen bij een waterval,
wandelen en tot slot kayakken.
De fietsen die we uitgereikt krijgen zijn redelijk, maar
zoals zo vaak
met mountainbikes werkt de versnelling problematisch. Wat is er nou zo
moeilijk aan het maken van een versnelling waarbij de ketting
probleemloos verplaatst wordt van het ene tandwiel naar het andere.
Waar ter wereld we ook op een mountainbike rijden, zelden gaat dit
soepeltjes. Het is niet bepaald een vlak gebied. Het eerste de beste
heuveltje omhoog is gelijk al serieus qua stijgingspercentage. Brigitte
heeft gelijk al moeite genoeg om de top rijdend te halen en bij Rob en
de Canadezen staat het zweet ook al op rug en voorhoofd. Bij enkele
simpelere heuvels erna is het al niet veel anders, hoewel de afdalingen
wel erg prettig gaan.
Niet veel later, we zijn net een half uur bezig, komt er
een lange,
steile klim. Brigitte geeft al snel op (verstandig, blijkt al snel) en
klimt in de volgauto. Onze gids is als eerste boven, maar die doet dit
vaker en is ook dit klimaat gewend. Rob wil bewijzen dat hij wel als
enige toerist fietsend de top kan halen en met veel moeite slaagt hij
daar ook in. De prijs die hij daarvoor betaalt is aanzienlijk. De benen
zijn pap, de maag speelt op en zijn hoofd tolt. Het is ruim 35 graden,
dan moet je je ook niet zo uitsloven! Hij heeft zeker tien minuten
nodig om zich weer een beetje aangenaam te voelen en nog tien minuten
voordat de witte kleur op zijn gelaat verruild is voor een gezonde blos.
Na deze heuvel neemt iedereen plaats in de auto, want
niemand heeft
meer puf. We rijden naar de Tat Xai waterval. Hoewel de hoeveelheid
water dat hier naar beneden komt beperkt is nu in de droge periode, is
het wel een fraaie waterval omdat het water in zeven stappen naar
beneden valt. Bij de watervallen zitten heel veel vlinders en je kunt
er zwemmen en het water op je laten kletteren. Dat doen we dan ook en
dat is genieten, zeker met die hitte. Terwijl wij badderen, maken de
gidsen onze lunch klaar boven de meegebrachte houtskool. We zijn
helemaal klaar voor het middagprogramma.
De middag blijkt inspannender dan gedacht. Het wandelen
is pittig door
het op- en neergaande terrein en de zon die nog wat extra zijn best
doet. We zijn blij als we de rivier zien waar de kayaks op ons wachten.
Eerst nog even zwemmen in de rivier die vrij ondiep is en heerlijk van
temperatuur. Wij hebben samen een kayak. Dat geldt ook voor twee
Canadezen en een andere Canadees heeft een kleinere kayak in zijn
eentje. De gidsen hebben een houten boot en zij ontfermen zich over de
rugzakken e.d. zodat deze niet nat worden. Geen van de toeristen is een
ervaren peddelaar. Wij zijn ook bepaald geen kayaktoppers, maar zo op
het oog maken wij nog de minste pirouettes.
Het peddelen wordt bemoeilijkt door het ondiepe water.
Het is soms maar
tien of twintig centimeter diep en regelmatig zitten we vast op de
bodem. Dan lopen we met de kayak aan de hand naar iets dieper water om
daarvandaan weer verder te varen. Op diverse plekken zoeken koeien
verkoeling in de rivier. Daar varen we dan maar met een ruime boog
omheen, hoewel de koeien ons gevaarlijker lijken te vinden dan wij hen.
Na enkele uren zijn we blij dat we de finish gehaald hebben. Even over
vijven rijden we weer weg richting Vientiane en we komen dan ook niet
vroeg terug.
De terugreis duurt zelfs nog iets langer, want al snel
kookt de motor
van de auto. Even geduld en vers water doet, tijdelijk, wonderen en we
halen de rand van Vientiane voordat er opnieuw koud water moet worden
bijgegooid. Om half acht komen we vermoeid onze hotelkamer in. Een
warme douche zorgt er voor dat we er weer even tegenaan kunnen. We
slurpen een koude vruchtenshake naar binnen en even later genieten we
van een Aziatische maaltijd. Met ons vochtgehalte weer op peil, kijken
we nog wat badminton op ESPN voordat onze ogen dichtvallen.
Woensdag 25 maart 2009: Vientiane

Vanzelfsprekend ontbijten we weer bij Joma. Het is nog
onduidelijk of we nog een nacht in het hotel kunnen blijven, want het
is nogal druk. Eerst maar eens de was wegbrengen. Die is pas morgen om
17 uur klaar en dat is niet handig, want morgen willen we in de ochtend
met de bus naar Luang Prabang. Ze kan het ook om 12 uur klaar hebben,
of 8 uur of zelfs 6 uur in de ochtend en uiteindelijk kan het ook 18
uur vanavond. Dat lijkt ons een goed tijdstip, ze ziet ons aan het
einde van de middag weer.
Het is nog een aardig stukje lopen naar het noordelijke
busstation. Zo
zien we weer een ander deel van de stad, helaas niet het mooiste. Daar
regelen we twee kaartjes voor morgen naar Luang Prabang. Om acht uur
vertrekt de bus, dus we moeten op tijd de deur uit. In het hotel kosten
de buskaartjes 180.000 Kip per stuk, hier 115.000 Kip. Snel verdiend!
Terug nemen we een tuk-tuk en niet veel later blijkt dat we nog een
nacht kunnen blijven en ook in de kamer waar we nu al zitten. Dat
scheelt weer verkassen naar een andere kamer of een ander hostel.
In de tuin van het Guest House werken we het verslag bij
en bekijken we
de gemaakte foto's. Het is bewolkt en dat maakt de temperatuur een stuk
aangenamer dan gisteren. Niet veel later begint het echter te regenen.
Dat is natuurlijk niet de bedoeling! Eerst maar eens lunchen bij het
restaurant waar we eergisteren ook een goede lunch hadden. Onze soepen
zitten boordevol kip en groente en smaken wederom uitstekend. We halen
de laptop op en gaan naar een internettentje. De snelheid is bedroevend
laag, maar we kunnen even wat e-mails versturen en nieuws bekijken.
Rob neemt nog een traditionele (nou ja, de masseur heeft
zo zijn eigen
ideeën over het begrip "traditioneel") Laos-massage bij Champa Spa
in de straat van het
hotel terwijl Brigitte een film afkijkt die Rob
toch niet leuk vindt. We hebben vanmiddag ook nog twee Nederlandstalige
boeken op de kop weten te tikken. Vooral Brigitte is bijna door haar
leesvoorraad heen, dus het werd tijd voor verse boeken.
Nadat we nog wat t.v. gekeken hebben, pikken we de
schone was weer op
en daarna belanden we bij bar/restaurant ViaVia dat wordt gerund door
Belgische mannen met hun vrouwen uit Laos. Rob bestelt een biertje,
maar dat hebben ze niet koud staan. Geen probleem, hij krijgt gewoon
een pul vol ijsklonten en als je daar je bier bij gooit, wordt het
vanzelf koud. Dat het bier ook waterig wordt, lijkt niet belangrijk...
Een van de Belgische mannen speelt wat niet-onaardige nummers op een
keyboard en de andere Belg maakt smakelijke pizza's. En ze blijken ook
nog Belgische biertjes te verkopen. Rob doet zich tegoed aan enkele
Duvels, dat is lang geleden! We nemen allebei een pizza en dan keren we
weer tevreden huiswaarts.
Donderdag 26 maart 2009: Vientiane - Luang
Prabang

De vertrektijd van de bus naar Luang Prabang is acht uur
en we worden geacht een kwartier vantevoren aanwezig te zijn. We
ontbijten dan ook vroeg en wat gehaast, uiteraard weer bij Joma. Met
een tuk-tuk (ze vragen altijd teveel geld aan buitenlanders) gaan we
naar het noordelijke busstation. De bus vertrekt uiteindelijk pas om
even voor negenen. Zitten we daarvoor zo te haasten?! Niemand vertelt
waarom we zo laat weggaan en niemand van de passagiers vraagt er naar.
Iedereen wacht maar rustig af. In Nederland zou om 8.10 uur de pleuris
al uitbreken en terecht. We vermoeden dat de bussen van 8 uur en van 9
uur allebei niet vol zitten en dat ze die nu gecombineerd hebben tot
één bus om 9 uur. Wel efficiënt, niet erg klantvriendelijk, maar je
doet er toch niks aan.
De bus is voor tachtig procent gevuld met lokale
bevolking en de rest is toerist. De buschauffeur rijdt regelmatig op de
andere weghelft,
maar toetert tegemoetkomend verkeer gewoon aan de kant. Tsja, we zitten
niet voor niets in een VIP-bus, dat geeft je bepaalde rechten ;-) Het
eerste deel van de reis is nog zo goed als vlak en we kunnen redelijk
doorrijden. Daarna gaan we de bergen in en dat drukt de gemiddelde
snelheid behoorlijk. De uitzichten worden er wel beter op, dat moge
duidelijk zijn.
Er staat wel een jengel-cd op met de lokale Frans Bauer
en later
Marianne Weber, maar gelukkig staat het volume op een aanvaardbaar
niveau. Om 14 uur stoppen we eindelijk voor de lunch. Bij je busticket
zit ook een eetbon en die kun je inwisselen voor een noedelsoep (wat
wij doen) of een bord rijst met een vlees- en/of groenteprutje. Het
eten is goed en met die bonnen gaat het lekker snel. Daarna slingeren
we weer door berggebied. De weg is wel geheel geasfalteerd, dat scheelt.
Waarom zitten er hier in Laos zoveel mensen aan een
neusverstuiver?
Zijn ze in de aanbieding of krijg je ze gratis bij een krat Beerlao? Of
krijg je in Laos vanzelf last van je neus als je er maar lang genoeg
blijft? Gebruiken wij er over een week ook een? Afwachten maar.
Vooralsnog is het maar een raar fenomeen. Rond zes uur arriveren we op
het zuidelijke busstation van Luang Prabang. Overal hebben ze hier
meerdere busstations en altijd moet je daarna nog weer een tuk-tuk
nemen naar het centrum. Kunnen ze die busstations niet gewoon in het
centrum neerzetten?! We hebben gisteren een mail gestuurd naar Pakam
Guesthouse die goed aangeschreven staat. Daar laten we ons dan ook naar
toebrengen. De jongen die ons helpt (nou ja, meer te woord staat dan
helpt), weet van geen e-mail. Hij heeft ook geen computer en het lijkt
er niet op dat hij weet hoe een computer werkt of wat een e-mail is.
Misschien heeft zijn baas wel een e-mail ontvangen zegt hij, maar hij
is vol, geen kamers meer beschikbaar. Handig zo'n website waar je je
e-mailadres op zet en vervolgens niet leest. Het is helaas niet de
eerste keer dat het ons overkomt, misschien de volgende keer maar weer
eens gewoon bellen... Een man die ons al eerder naar een guesthouse
probeerde te lokken heeft nog wel kamers over. Eerst neemt hij Brigitte
achterop de motor en een paar minuten later pikt hij Rob op. Rob ziet
terwijl hij staat te wachten hoe een fietsende toerist van zijn tas
wordt beroofd. Hij heeft zijn tas voorin een mandje zitten en ze rijden
met een motor naast hem en voordat hij door heeft wat er gebeurt,
rijden ze snel verder met zijn tas. Hij fietst hard achter de motor
aan, maar dat fietst hij natuurlijk nooit voor. Die tas ziet hij nooit
meer terug. Knap irritant voor hem. Dat soort gasten moeten ze even een
minuut of vijftien met hun hoofd onder water houden wat ons betreft. De
Mekong loopt hier toch langs, kleine moeite.
Het Sok Dee Guest House heeft kamers met en zonder airco
voor
respectievelijk 15 en 10 Dollar per nacht. Het is feitelijk dezelfde
kamer, maar zonder airco krijg je de afstandbediening van de airco
niet, haha. Nou, dan houden we die 5 Dollar wel in ons zak. Als het
echt te heet is om te slapen, betalen we alsnog wel 5 extra Dollar en
halen we de afstandbediening op. We gaan eerst maar even wat eten in
een gezellige straat dichtbij ons guesthouse. De reis van negen uur
door bergachtig gebied heeft ons moe en slaperig gemaakt, dus we gaan
al weer op tijd onder de wol.
Vrijdag 27 maart 2009: Luang Prabang


Een officiële lummeldag vandaag. Rustig wakker worden,
Rob een tikkie te vroeg natuurlijk, dat wel. Ze hebben hier ook een
Joma en we dubben even of we daar weer gaan ontbijten. We hakken de
knoop door: natuurlijk gaan we daar eten, binnenkort hebben we weer
veel minder kans op heerlijkheden zoals yoghurt met fruit en honing,
brood met ham, kaas en mosterd (het is een eeuwigheid geleden dat Rob mosterd op
heeft) en een stuk appeltaart voor Brigitte. Die noedels of rijst komt
later vandaag wel weer!
Luang Prabang is fraai gelegen tussen hoge heuvels/lage
bergen. Er zijn
veel tempels en aardig wat mooie huizen. Het is ook beduidend schoner
dan Pakse en Vientiane. Het is dan ook een stad die op de lijst van
UNESCO-werelderfgoederen staat, misschien helpt dat. Het is wel
supertoeristisch hier. Het lijkt wel of niemand iets doet buiten de
toeristische sector. Het aantal guesthouses is ontelbaar en de andere
gebouwen zijn restaurants, touroperators, wasserettes, souvenirshops of
natuurlijk tempel. Het is wel een makkelijk te belopen stad, alles
speelt zich af op enkele vierkante kilometers. Bij een van de vele
touroperators boeken we voor morgen een ochtendtour naar grotten met
Boeddha-beelden. We moeten toch wat zien van de omgeving en dit is erg
bekend. We kunnen ook naar een waterval, maar daar zijn we een paar
dagen geleden nog geweest dus dat slaan we nu maar even over.
Zondagochtend vroeg willen we dan de rondgang van de monniken bekijken
en zondag laat op de middag willen we dan naar Hanoi (Vietnam) vliegen.
Met de bus kan het ook, maar dat is 25 uur rijden door bergachtig
gebied en daar hebben we helemaal geen trek in. Met het vliegtuig is
het een uurtje en de 100 Euro p.p. hebben we daar graag voor over.
Terug bij het hostel lezen we wat en werken we het
reisverslag bij. De onbeveiligde internetverbinding die we konden
gebruiken in onze kamer valt weg. Om de nieuwe foto's en teksten te
kunnen versturen, gaan we uitgebreid (beter gezegd: langdurig) lunchen bij
een restaurant waar ze draadloos internet hebben. Via Hostelworld
boeken we gelijk een kamer voor de eerste twee nachten in Hanoi en
vervoer van het vliegveld naar het centrum van de stad. We hebben een
dag of 18 voor Vietnam en dat lijkt ons een prima hoeveelheid voor dit
land waar we een flink stuk van de oostkust van noord naar zuid zullen
volgen.
De tweede helft van de middag wandelen we nog wat
door het centrum van de stad voordat we weer wat meters maken in onze
nieuwe, Nederlandstalige boeken. Dat leest lekker snel en zo voorkomen
we dat we binnenkort de Nederlandse taal niet meer machtig zijn ;-) We
zijn tenslotte al weer 270 dagen op pad en voor je het weet verleer je
het of weet je niet meer hoe het kofschip werkt!
Bij een ander restaurant, eveneens met gratis wifi,
dineren we. Flesje wijn erbij, helemaal goed! Vooral Rob is erg te
spreken over zijn "tofu with beef and vegetables in oyster sauce with
sticky rice". We gaan niet al te laat slapen, want we willen
uiteindelijk morgenochtend vroeg al een poging wagen om de monniken met
hun bedelpot te aanschouwen. Mocht de regen, zoals nu, met bakken uit
de hemel komen, dan gaan we zondag wel.
Zaterdag 28 maart 2009: Luang Prabang

De wekker maakt ons om 5.45 uur wakker. Rond zes uur
komen de monniken langs voor hun dagelijkse bedelronde dus we moeten
alsnog een beetje opschieten. Hoeveel monniken zouden er rondlopen en
zullen er meer mensen zo vroeg opstaan om dit te aanschouwen? Het
antwoord weten we al snel: ja! Het is het drukste moment van de dag in
Luang Prabang. Het is een grote poppenkast, een beetje genant vinden we
het zelfs.
De mensen die met hun ter plekke gekochte pot
kleefrijst klaar zitten om bij elke monnik iets in de bedelbak te doen,
zijn voornamelijk Aziatische toeristen. Het aantal fotograferende
mensen overstijgt ruimschoots het toch forse aantal vrij jonge monniken
(onze schatting: rond de 200) in hun kleurige kledij. Van alle hoeken
en standen tot heel erg close up nemen de mensen foto's, ook met flits.
Iets wat ooit als iets respectvols begonnen is met de lokale bevolking
die dagelijks de monniken voedt, is uitgegroeid en verworden tot een
toeristische attractie. Het lijkt de monniken ogenschijnlijk niet veel
uit te maken, maar misschien is dat schijn. De meesten zijn tussen de
14 en 24 jaar oud (denken we, moeilijk in te schatten bij die jongens
met hun kortgeschoren koppies),hebben waarschijnlijk nog nooit zonder
deze poespas rondgelopen en weten dus niet beter. Wat wel apart is, is
dat er weer kleine, arme jongetjes met plastic zakjes bij de monniken
gaan bedelen. Die krijgen zo nu en dan weer wat van de monniken
toegestopt. Een soort van bedelen bij een andere bedelaar. Het zal
helaas wel nodig zijn vrezen we.
Na drie kwartier is de voorstelling op Sakkaline Road
voorbij. De monniken keren terug naar hun tempels en wij kopen een
baguette en gaan terug naar onze kamer. We lezen nog wat en dan is het
tijd om ons te melden bij de touroperator waar we ons tripje naar de
Tam Ting-grotten nabij het dorpje Ban Pak Ou hebben geboekt. Een
jongedame brengt ons naar de waterkant en uiteindelijk vertrekken we
pas om 8.45 uur per boot over de Mekong. Je kunt beter zelf voor 50.000
Kip een retour bootticket ter plekke kopen, dat bespaart je 10.000 Kip.
Een ticket voor de grotten koop je toch ter plekke voor 20.000 Kip.
Op de weg naar de grotten, maken we een stop in een
whiskey-village. Behalve zelfgestookte drank verkopen ze ook doeken die
ze daar weven. Niet erg bijzonder allemaal en we doden de tijd door wat
te kletsen met ene Frans uit Leeuwarden die al eind-vijftiger in z'n
uppie een maand door Azië reist. Pas om 11.15 uur arriveren we bij de
Tam Ting-grotten. Het bestaat uit een laaggelegen grot en een hoger
gelegen grot beide vol met kleine Boeddha-beelden die er soms nog maar
kort en soms al enkele honderen jaren staan. Er staan in totaal meer
dan 4000 (2500 in de onderste grot, de rest in de bovenste) veelal
houten beelden. Vroeger maakten de koning en de mensen uit Luang
Prabang jaarlijks een pelgrimstocht naar de grotten rondom de
jaarwisseling die in Laos in april valt!.
In 2008 stond het water van de Mekong zo hoog dat het
bijna tot aan de ingang van de onderste grot kwam. In 1966 was het nog
gekker, toen kwam het water er ruimschoots in. Nu is het de droge tijd
en kunnen wij zonder natte voeten al die boeddha's bekijken.
We lunchen bij Mala restaurant en dat is een succes.
Ze zitten in een zijstraatje van de populaire Sisavangvong Road en zijn
daardoor een stuk goedkoper dan de tentjes die op de hoofdstraat zelf
zitten. In de middag profiteren we weer bij het hotel van een open
draadloze internetverbinding van een winkel hier vlakbij. Als we het
lezen en internetten zat zijn, is het al bijna weer etenstijd. Aan
Sisavangvong Road drinken we eerst een cocktail voordat we aan het eten
beginnen. Terwijl wij eten, eet een grote hagedis op de muur een klein
hagedisje op. Ach, zo gaat dat in de dierenwereld.
Na afloop lopen we nog even over een avondmarkt. Die
is behoorlijk groot en ze hebben er best mooie spullen zoals tassen,
bedspreien en slippers met olifanten erop. Helaas voor de verkopers
gaan wij nog een week of 10 door met reizen en gaan we niet met
allerlei souvenirs slepen al die tijd. Op een grote fles Beerlao na
kopen we niets. De fles bier maken we soldaat op onze kamer en dan is
de dag alweer voorbij.
Zondag 29 maart 2009: Luang Prabang -
Hanoi (Vietnam)

Onze laatste dag in Laos en die willen we nog enigszins
nuttig besteden. Er moet een “fresh products market” zijn en daar gaan
we naar op zoek. Zo moeilijk blijkt die niet te vinden. Loop naar de
plek waar tientallen tuk-tuks staan opgesteld en je bent er al bijna.
Ook deze markt is groot opgezet en inderdaad, alleen maar verse
produkten. Het gaat dan vooral om groente, kruiden, vlees en vis. We
zien van alles wat we in Nederland nooit op markten zien (of waar dan
ook). Je kunt er bijvoorbeeld levende kikkers kopen. Die zitten in een
grote teil, allemaal met een poot vast gebonden aan een touwtje anders
springen ze uit de teil. Een koeling hebben ze hier net als in veel
andere Aziatische landen niet en de vliegen hebben dan ook redelijk
vrij snel op de stukken vlees en vis. Meestal hebben de verkopers wel
een tak met aan het einde een plastic zakje. Daarmee zwaaien ze zo nu
en dan even boven de verse waren, zodat de vliegen enkele seconden weg
zijn. Wij vinden het al ongelooflijk dat in Nederland bij veel
slagerijen het vlees met de hand i.p.v. een tang wordt beetgepakt, maar
dat valt natuurlijk in het niet als je dit hebt gezien.
Als we de markt over zijn, komen we bij Joma en daar
ontbijten we. Dan is het tijd om nog wat door een ander deel van het
centrum van Luang Prabang te lopen. Wat staan er hier toch een
hoop tempels zeg! En op zondag zijn er hier net zoveel mensen aan het
werk als op andere dagen, althans, wij zien geen verschil met gisteren
of eergisteren. Overal zijn mensen bezig met bouwactiviteiten. Nog meer
restaurants en guesthouses, we zijn benieuwd hoe het er hier over tien
jaar uitziet! Gelukkig wel allemaal laagbouw, dat scheelt.
We moeten enigszins op tijd op de luchthaven zijn
voor onze vlucht naar Hanoi. Een tuk-tuk brengt ons erheen, het is toch
nog iets verder dan we dachten. Onze laatste Kippen ruilen we tegen een
hele slechte koers om in Dollars en dan is het een kwestie van tijd tot
het vliegtuig vertrekt. Twee Franse stellen denken wel bij aankomst in
Hanoi een visum te kunnen bemachtigen. Hun reisburea of touroperator
had en dat klaarblijkelijk verteld. Helaas, ze kunnen hoog of laag
springen, zonder visum komen ze het vliegtuig niet in. Als ze hun
paspoorten afgeven, een formulier invullen, een pasfoto tevoorschijn
toveren en per persoon 80 Dollar betalen, dan komt het alsnog goed
volgens de douane. En inderdaad, het vliegtuig vertrekt keurig op tijd,
inclusief de Fransen.
Vanuit Laos gingen wij naar Vietnam.
Ideeën voor Laos
|